A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

Q

R

S

T

U

V

W

X

Y

Z

 

 

 

A

 

Aaldingen (m)

Erfgenamen

Aalmoesenier

Door een stedelijk bestuur aangesteld welgesteld persoon als hoofd van het Armbestuur en tevens oppertoeziener over armen en wezen.

Aanverwantschap

Zwagerschap, bestaat tussen de echtgenoot en al de bloed-verwanten van de echtgenote en omgekeerd.

Aartshertog

Hertog van hogere rang

Aartspriester

Voornaamste priest bij een kathedrale kerk

Aasdomrecht

Tot in 1599 waren er in Holland gebieden met aasdoms-recht (zoals Zoetermeer en Zegwaart) en gebieden met schependomsrecht. Aasdomsrecht is oud Fries recht. Bij aasdomsrecht had men de schout die de functie van rechtsvorderaar had (een soort vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie), de azing die kennis van het recht had en als adviseur optrad, en de buren (zie geburen) die vonnis spraken. De geburen waren de buren van beide partijen, dus bij elk proces weer anderen. Op den duur werden de geburen vervangen door gezworenen die door de buren werden aangewezen. In gebieden met schepen-recht stond men terecht voor schout en schepenen. De naam azing komt van het Friese a-sega, hetgeen recht-zegger betekent. De azing was vaak geen academicus. Het aasdomsrecht verschilde van het schependomsrecht. In het aasdomsrecht gold: het naaste bloed erft het goed. Er was geen recht van representatie (kinderen die in de plaats kwamen van reeds overleden erfgenamen). In het schependomsrecht bestond dit wel. Bij het aasdomsrecht trad daardoor minder versnippering op bij het erven van bedrijven zoals een boerderij. Op den duur had dit gevol-gen voor de grootte van bedrijven in een streek.

Aenboortschap (m)

Zie Aborschap

Aenborenschap (m)

Zie Aborschap

Abbrogatie

Intrekking, afschaffing, opheffing der wet

Aborschap (m)

Familie en eedshulp van familie. Ook wel: Aenborenschap en Aenboortschap.

Abortijf (m)

Misgeboorte

Abrije (m)

Koppelaarster

Achterbaren (m)

Achterboren, achterneef, oudzusterling

Achterboren (m)

Achterbaren, achterneef

Achterdeel (m)

Nadeel, een voordeel en achterdeel.

Achtererve

Achterneef

Achtererven

Latere erfgenamen aan wie een erfenis, na de onmiddel-lijke erfgenaam, versterven moet.

Achterkint (m)

Bloedverwant in de graad van "achtersusterkint".

Achterkintsvrede (m)

Een vrede of verzoening tussen twee families tot aan de graad van "achterkint".

Achterleen

Land wat een leenman een ander in leen gaf. De leenman hield het achterleen in volle leen van de grondheer, waar-van hij afhankelijk was.

Achternicht

Kleindochter van iemands broeder of zuster, één of meer graden verder dan een nicht.

Achterrechtzweer

Achterneef of nicht.

Achtersate (m)

Nazaat

Achterskint (m)

Achtersusterkint

Achterskintmaech (m)

Achterzusterskind, achterneef.

Achterskintvrede (m)

Zoen, waarbinnen begrepen zijn alle verwanten in de der-de graad.

Achtersusterkintmaech (m)

Bloedverwant in den graad van “achtersusterkint".

Achtersusterlinc (m)

Achtersusterkint

Achtersusterkint

Achterneef.

Achtersusterkintsvrede (m)

Zoen waarin de verwanten in de derde graad, in de graad van "achtersusterkint" begrepen zijn.

Achtervolgen

Opvolgen

Ad-lites

Voor een proces

Adel

Stand der edelen, maatschappelijke stand waaraan een bepaalde aanzien en bepaalde voorrechten zijn ver-bonden. Meestal bij de geboorte verkregen. De oudste adel berustte op aanzien en erkenning, die gegrond kon zijn op grondbezit, militair of sociaal leiderschap, of op het behoren tot een heersende bovenlaag. Wanneer dit aanzien een paar nakomende generaties en door huwelijken met soortgelijke families verbonden was, vormde dit geheel een bepaalde stand. In de regel werd dit door de koning en andere landsheren erkend. Hieraan werden persoonlijke voorrechten en plichten verbonden, vaak van rechterlijke of militaire aard.

In 1795 werd in Nederland de adel door de Fransen afgeschaft en in 1814 werd de adel hersteld.

Adelborst (m)

Jongeling van edele geboorte, jonker, jonker die krijgs-dienst verricht, bemanningslid van de vloot.

Adelbrief

Broeder uit een wettig huwelijk.

Adelbroeder (m)

Zie Adelbrief

Adelinc (m)

Edelman, adellijk persoon.

Adelincschap (m)

Adeldom.

Adelkind (m)

Kind van edele geboorte, kind uit wettig huwelijk.

Adelsuster (m)

Zuster uit een wettig huwelijk.

Admortiseren (m)

In de dode hand brengen van goederen.

Adoptie

Als kind aannemen. Een aangenomen kind staat in burgerlijke zin niet meer tot zijn bloedeigen familie en hierdoor ook niet een afstammeling wordt van zijn adop-tiefouders. In het kader van "wettige afstamming", sticht de geadopteerde (zoon) een nieuw geslacht.

Adoptiewet

Ingevoerd met de wet van 26.02.1956. Hiervoor was adop-tie in Nederland niet mogelijk.

Aenbesterven

Door erfenis (dood) in eigendom krijgen

Aene (m)

Overgrootvader. Ook: Aen-heere

Aenerven (m)

Krachtens erfrecht door erfopvolging op iemand overgaan, zijn eigendom worden, aan iemand als erfgoed ten deel vallen.

Aengeboorte (m)

Het op aangeborenschap of bloedverwantschap gegronde recht van voorkeur of naasting bij verkoop van een vast goed.

Aengeboorte (m)

Aengeborenschap (Mnl), bloedverwantschap, maagschap, vooral het op die betrekking gegronde recht tot naasting.

Aengeboren (m)

Door en met de geboorte verkregen, iemand bij geboor-terecht toekomend.

Aen-heere (m)

Zie Aene

Aenlechster (m)

Zie Aenleggerse

Aenlegger (m)

Eiser in rechte.

Aenleggerse (m)

Eiseres. Ook: Aenlechster

Aenslachten (m)

Door geslacht of afkomst aangeboren zijn.

Aensoekinge (m)

Gerechtelijke aanmaning, sommatie, vordering, eis in rechte.

Aenspreker (m)

Eiser in rechte.

Aensterven (m)

In iemands eigendom overgaan door de dood van een ander.

Aenvererven (m)

Door erfenis iemands eigendom worden.

Aenversterven (m)

Door versterf iemand overgaan, door het sterven van een ander iemands eigendom worden.

Aenvrouwe (m)

Grootmoeder. Ook: Anichvrouwe.

Aenlegger

Eisende partij in een proces

Aentael

Aanspraak

Aenvaen

In bezit nemen, aanvaarden, aannemen, beslag leggen

Afboedelen (m)

Uitboedelen, aan een rechthebbende zijn deel uit een boe-del uitkeren.

Afdrijf

De afdrijf was het bedrijf van goederen die gelegen waren buiten de gemeente waar de bedrijver woonde. De afdrij-ver diende de zetting van zijn bedrijf te betalen aan de ge-meente waar het goed gelegen was, hij mocht evenwel die som aftrekken (afdrijven) van de belasting door zijn ge-meente geheven op de totaliteit van zijn bezit.

Afdriven (m)

Verwijderen, verwijderd houden.

Affgedeijlt is

Afgescheiden

Aflijvig

Dood

Afstammingreeks

Een in generaties gerangschikte opgave van de wettige afstammelingen van een persoon uit een andere persoon. Die "andere persoon" is niet een voorvader in rechte mannelijke lijn, want dan spreekt men van een stamreeks.

Afterstellen

Achterstallige betalingen, beslagen

Agamie

Ongehuwde staat

Akte

Document waarin een feit of rechtshandeling wordt vastgelegd.

Aling

Geheel, volkomen

Allegeren

Aanvoeren

Allodiaal

Niet leenroerig (niet afhankelijk van een leen). Allodiale gronden : zijn goederen vrij van feodale verplichtingen

Allodium

Niet in leen gehouden goed. Eigen vrij erfgoed. Ook wel edeleigen of zonneleen genoemd. Het stond in tegenstelling met het feudium, een goed in leen waarvoor leenhulde verschuldigd was.

Ambacht

Bestuursgebied vergelijkbaar met onze gemeente met aan het hoofd de schout. De gemeenten hebben destijds de rechten en plichten van de ambachten overgenomen. Vaak was dit bij het tot stand komen van de "cope" de leider van de ontginners. Men sprak ook van een schout-ambacht.

Ambachtsheerlijkheid

Het geheel van heerlijke rechten in een ambacht: de lagere rechtspraak (overtredingen e.d.), De benoeming van di-verse functionarissen zoals de schout, medezeggenschap bij de benoeming van de dorpsgeestelijke. Zie ook hoge heerlijkheid en vrij ambacht.

Amië (m)

Zie Amye

Amieschap (m)

Concubinaat, de toestand van bijzit. Ook: Amyschap

Amye (m)

Vriendin, geliefde, bijzit. Ook: Amië

Amys (m)

Vriend, minnaar, boel.

Amyschap (m)

Zie Amieschap

Anderlinc (m)

Achterneef, neef de tweede graad.

Andersweer (m)

Achterneef, kind van een volle neef of nicht.

Anen (m)

Overgrootvaders. In opklimmende linie volgen: Anen, overanen, oudover-anen, bet-oudoveranen.

Anichhere (m)

Grootvader.

Anichvrouwe (m)

Grootmoeder.

Antichresis

Verpanding van het vruchtgebruik van onroerend goed in plaats van rente.

Apostele (m)

Zie Apostille

Apostille (m)

Beroepsbrief, kanttekening, naschrift, aanbeveling toe-gevoegd aan een petitie of memorie; een schriftstuk waar-op een apostille is aangebracht of een afzonderlijk stuk dat deze behelst.

Apprehenderen

Gevangen nemen

Approbatie

Goedkeuring

Argelist

Sonder argelist; ter goeder trouw

Arrondissementsrecht-   banken

Rechtbanken sinds 1838 met straf- en civielrechtelijke be-voegdheden. Nederland is verdeeld in arrondissementen. Ieder arrondissement heeft een arrondissementrecht-bank.

Ascendanten

In opklimmende linie verwanten.

Assestant

Die verklaring aflegd.

Assignaat

Papier geld uit de eerste Franse Republiek (1789-1796).
De assignaten waren niet gedekt door edel metaal, zoals dat voor papier geld gebruikelijk is. In feite waren het obligaties, waarbij de Kerkelijke en adelijke onteigende goederen als waarborg moesten dienen voor de regema-tige opbrengst van de uitbetaling van de schuldvor-deringen. Er werden echter een te groot aantal uitgege-ven, zodat de dekking zeer klein werden en het papier zijn waarde verloor. In 1797 werden ze uit de circulatie ge-nomen.

Atavisme

Het woord is herkomstig uit het latijnse Atavus, genomen in de algemene betekenis van voorvader. Atavisme bedoelt wet der overerving van lichaamsvormen en verstandshoe-danigheden, de gelijkenis op de grootvader is dikwijls merkwaardig (atavistisch).

Atavus

Oudovergrootvadersvader of grootvaders overgrootvader.

Avetronc (m)

Onecht kind

Attestatie

Verklaring

Attesteren

Getuigen

 

 

B

 

Baandeheer

Een edele die het recht had zijn welgeboren mannen onder zijn banier ten strijde te voeren.

Baliu (m)

Opperrechter, landvoogd, grafelijk ambtenaar, hof-meester, regent, voogd van minderang, kastelein, slot-voogd, krijgshoofd, opvoeder, baljuw. Ook: Baeliu, Bailliu, Baelju, Balgu, Belio

Baliusbode (m)

De bode van de baljuw, gerechtsbode.

Baliuwinne (m)

Baljuwsvrouw.

Baljuw

Ambtenaar, door de landsheer met de rechtspraak in een zekere streek belast; rechter in het algemeen. In heerlijk-heden met hoger, middelbaar en lager gerecht was een baljuw de rechtstreekse vertegenwoordiger van de heer.

Zie ook Drossaard of Drost

Baljuwschap

Bestuurlijke en rechterlijke organisatie, onderverdeling van een graafschap (vergelijkbaar met onze huidige pro-vincies die een onderverdeling van het land zijn). Een bal-juwschap was weer onderverdeeld in ambachten. Vaak vielen baljuwschappen samen met waterschappen, de laatste waren echter waterschapkundige organisaties. Voorbeeld: het baljuwschap van Rijnland.

 

Baljuwschap, ambt van een baljuw, rechtsgebied van een baljuw verdeeld in schoutambten, bevolking in het rechts-gebied van de baljuw.

Bamis (m)

Sint-Bavo-mis, 1 oktober, dag der betalingen van pacht, huur, cijnsen enz. Het tijdstip was oordeelkundig gekozen: onmiddellijk na het binnen halen van de oogst.

Ban (m)

Rechtsgebied, rechtsdicstrict, ambacht.

Banaliteit

Dwangherenrecht.

Banc (m)

Bank, rechtsgebied, rechtbank, dingbank, vierschaar, schepenbank; in de steden schepenen van de beide rechts-collegien: hoge en lage bank; lagere bank of kleine bank is een ondergeschikt gerechtshof; smallebanc, nederbanc, onderbanc waren waarschijnlijk laatbanken; banc sluiten: de behandeling der rechtzaken opschorten; die banc span-nen (m): recht doen, de rechtbank of schepenbank op-roepen om recht te spreken; banc sterk genoech: het, vol-gens de omstandigheden, vereischte getal schepenen heb-bende; volle banc van wette (m): volledige schepenbank.

Baron

Een baron is een adelijke titel en ligt tussen ridder en burggraaf in. Het was vroeger de hoogste edelen, direct onder de koning.

Bastaard

Kind waarvan de vader en moeder niet wettig gehuwd waren. Wettelijk volgt een bastaard meestal de conditie van de moeder. Wettiging kon vroeger geschieden door het huwelijk der ouders, waardoor het kind onder een doek of onder de mantel werd geplaatst ('mantelkin-deren').

Bastaardbroeder

Buiten echt geboren broeder.

Bastaarddochter

Buiten echt geboren dochter.

Bataafse Republiek

De Bataafse Republiek was de officiële naam voor de Republiek der Verenigde Nederlanden na het vertrek van stadhouder Prins Willem V van Oranje-Nassau in 1795 naar Engeland tot aan de benoeming van Lodewijk Napoleon tot koning in 1806. De Bataafse Republiek sloot in 1796 een offensief en defensief verbond met Frankrijk en kwam in feite onder protectoraat van dit land. De Grondwet werd twee keer gewijzigd, in 1798 en 1801. De Bataafse Republiek kende aanvankelijk een uitvoerend bestuur van 5 directeuren, vervolgens een 'Staatsbewind' van 12 personen en tenslotte een eenhoofdig bestuur van Raadspensionaris R.J. Schimmelpenninck.

Begraafregister

Register waarin degene die begraven was werd ingeschre-ven. Ingeschreven werd de naam van betrokkene en de begraafdatum. Vaak werd ook het nummer van het graf en de betaalde bedragen voor het openen van het graf, het luiden van de klok, draagbaar en doodskleed ingeschre-ven.

Behoudelijck

Met uitzondering van

Belenden

Grenzen, palen aan.

Beboesemen (m)

Bewijs leveren van verwantschap met iemand.

Bedde (m)

Huwelijksbed, huwelijksgemeenschap. Ook: Huwelijk.

Bede

Eertijds een aanvraag van de landsheer tot het opbrengen van een geldsom, een soort van belasting.

Beestsys (m)

Een buitengewone belasting op het vee. Ook: Bestiaelgelt.

Belendend

Aangrenzend, naast elkander liggend, naburig.

Belendende aanhorigheden

Met al wat er toe behoort.

Belendende onderhorig-heden

De belendende percelen.

Belender

Nabuur

Belendinge (m)

Belending, aangrenzend land of pand, begrenzing, grens, het aan elkander grenzen.

Beroep

Bezigheid waarmee men in zijn levensbehoefte voorziet, betrekking, werkkring. De burgerlijke stand en de bevol-kingsregisters uit de 19e eeuw zijn bronnen waarin van vrijwel iedereen die een beroep uitoefende, vermeld wordt, welk beroep dat was. Het beroep bij overlijden, indien er dan nog een beroep werd uitgeoefend, vind men in een overlijdensakte. Vóór 1800 zijn in rechterlijke, notariele- en weeskamerarchieven en ook belasting-kohieren beroepen te vinden. Voor agrarische beroepen de kadaster-, waterschapsarchieven, markearchieven, pachtadministraties. Voor ambachtslieden, neringdoenden en kooplieden in de 19e eeuw, de patentregisters. Voor ambtenaren en regenten over het algemeen in overheids-archieven. Voor academici biografische woordenboeken.

Beschikking

Beslissing van een overheidsorgaan, bijvoorbeeld een rechter, over een bepaalde zaak, waaraan ieder zich moet houden.

Besetman (m)

Bij leenverhef is besetman nodig wanneer de verheffende persoon, een minderjarige, een priester, een vrouw zou zijn; iemand dus die niet in staat is aan de heer de dien-sten bewijzen die met de leenroerigheid verbonden zijn o.a. krijgsdienst.

Besoigneren

Beraadslagen, overwegen, vergadering

Besolliciteren

Te bewerkstelligen

Bespreck

Voorbehoud

Bestemoeder

Grootmoeder, bestemoer.

Bestevader

Grootvader, bestevaar

Bestiaelgelt (m)

Zie Beestsys

Bestoeren

Gerechtelijk protest aantekenen tegen

Bet-oud-overanen

(meer)-bet-oudovergrootvaders.

Bet-over-grootmoeder

Over-oud- grootmoeder.

Bet-over-grootvader

Over-oud-grootvader.

Bevolkingsregister

Register waarin wordt vastgelegd wie er per huis in een gemeente woont.

 

Een in enkelvoud aangelegd register waarin de bewoners per huisadres van een gemeente met de belangrijkste persoonsgegevens opgetekend zijn. Zij werden bijge-houden door aanvullingen en correcties. In 1850 landelijk ingevoerd en gevuld met de gegevens die in 1849 waren verzameld voor de derde algemene volkstelling. Meestal werden de registers per wijk en vervolgens per straat ingedeeld. Per persoon konden de gegevens opgeschreven worden van familienaam, voornamen, geslacht, relatie met het gezinshoofd (vrouw, zoon, dochter, enz.), geboorte-datum en -plaats, godsdienst, beroep, adres, datum vestiging, herkomstplaats, datum vertrek en vestigings-plaats, datum overlijden. Eens in de tien tot vijftien jaar werden de registers vernieuwd, daar door aanvullingen en correcties de overzichtelijkheid verdween. Deze registers zijn gebruikt tot 1920. Hierna kwam de gezinskaart. Het bevolkingsregister is te vinden bij de gemeente.

Bevrijt worden (m)

Door de gilde toegelaten worden om vrijelijk een ambacht uit te oefenen.

Bidprentje

Een plaatje waarop een sterfgeval staat vermeld, met op-wekking tot bidden voor de overledene. Deze ook wel doods- of doodsbeeldjes genoemd zijn vooral bij Rooms-Katholieken in gebruik.

Bieden

Aanbieden

Binnenkosten

Waren belastingen, nodig om de on-kosten van de ge-meentebesturen te dekken; eens per jaar mocht de omstel-ling van de binnenkosten gedaan worden.

Breack (land)

Omgeploegd land dat men onbebouwd laat liggen.

Bet an der tijt

Tot aan de tijd dat

Blijckende penning

Baar geld

Bloedschender

Incestuous person.

Bloedverwantschap

Bestaat tussen hen die een gemeenschappelijke stamvader hebben.

Bloeimaand

Mei

Boedelscheiding

Verdeling van een nalatenschap als er meerdere erfgena-men zijn.

Botting

Belasting die in de plaats kwam van de kosten van onder-houd die een dorp aan de graaf moest betalen tijdens zijn werkbezoek waarbij hij ook rechtszitting hield (bodding).

Braak

Omgeploegd land dat men onbebouwd laat liggen.

Braakvruchten

Waarschijnlijk kleine tiendvruchten.

Braec (land) (m)

Zie Braak

Broodbidders

(anno 1459) bedelaars.

Broodzetting

Rond 1800 stelde het bestuur van Rijnland de prijs en het gewicht van het brood vast, dit heette de broodzetting.

Bui(ij)s

Naam van een kledingstuk; naam van een vissersboot.

Buitenijen,

 

Het terrein buiten de stadsmuur, dat tot het stedelijk rechtsgebied behoorde.

Buitengerechtelijke zaken (rubriek)

Dat deel van het archief van een rechtbank waarin stuk-ken zitten over zaken, waarover de rechter niet beslist in burgerlijke of strafzaken.

Burgerlijke begrafenis

Begrafenis zonder kerkelijke plechtigheden.

Burgerlijke handelingen

Handelingen die een burgerrechtelijk gevolg hebben, bij-voorbeeld het sluiten van een koopcontract.

Burgerlijke stand

Etat civil, (BS) ingestelt nadat in 1810 het Koninkrijk Holland bij het Franse rijk was ingelijfd. In Zeeuws-Vlaanderen al in 1796 en in Limburg in 1798. De overige delen van Nederland in 1811 en 1812. De burgerlijke stand (BS) omvat ondermeer geboorte-, huwelijks- en overlijdensakten. Ingeschreven in 1 jaar omvattende registers en in tweevoud opgemaakt. Een exemplaar voor de gemeente en een exemplaar voor de arrondissements-rechtbank.

Burgerlijke zaken (rubriek)

Dat deel van een archief van een rechtbank waarin de stukken zitten die gaan over burgerlijke handelingen.

Burgerlijk huwelijk

Zonder godsdienstplechtigheden huwen.

Burgerrecht

Recht uit het burgerschap voortvloeiend.

Burggraaf

Een burggraaf is een edelman is maar een graadje lager is dan een graaf.

 

 

C

 

Cameraar

Een schepen die voor een jaar aangewezen was voor het financieel beheer van de stad.

Cameraarsrekening

De documenten van een schepen die voor een jaar aange-wezen was voor het financieel beheer van de stad.

Camerlincgelt (m)

Hetgeen de nieuwe leenhouder of leenvolger de heer ver-schuldigd was, wanneer een leen door overeenkomst (wandelcoop) of door overlijden (sterfcoop) in andere handen overging.

Candeeldach (m)

De dag die volgt op deze, waarop men een trouwfeest of huwelijksmaal heeft gegeven.

Cappuyn (m)

Gesneden haan, kapoen. Vaak voorkomend als te betalen cijns.

Carolus

Zie Karolus

Carta

Oorkonde

Cartularium

Aangelegd register van akten, aangelegd door of vanwege degene, die deze akten voor zijn geschiedenis beschouwde. In de middeleeuwen vooral door kerkelijke instellingen opgesteld. Ook steden, universiteiten, gerechtshoven, kanselarijen, e.d. hadden cartularia. Aanzienlijke families gingen er in de late middeleeuwen ook toe over. Ook ver-valsingen komen voor.

Castelein

Kastelein, slotvoogd, burchtvoogd, burggraaf.

Cause

Recht

Cautie

Zekerheid, feitelijke garantie. Borgtocht, onderpand, "elke handeling, hetzij borgstelling, pandgeving, schuld-bekentenis of belofte waarmee men iemand een waarborg geeft tegen mogelijschade". Van het Latijnse cautio = cavere : behoedzaam, voorzichtig zijn.

Cedule

Heffingslijst met belasting opgave

Census-kiezer

Cijnskiezer, stemgerechtigd waren alleen zij die een zekere som grondlasten betaalden;

Cesseren

Ophouden, staken

Chais

Rijtuig

Chirurgyn

Heelmeester, heelkundige, te weten iemand die uitsluitend bevoegd is in de heelkunst, niet om de ge-neeskunde in haar geheel uit te oefenen. De maatschappe-lijke positie van een chirurgijn, meestal tevens barbier, was lager dan die van een geneesheer. Ook: Surgyn (m).

Cijns

Belasting, pacht, rente. Recht dat de bezitter van een grond moet betalen aan de cijnsheer;

Cijnsboeken

Register waarin de cijnspachten opgetekend staan, welke verschuldigd waren aan de landheer of geestelijke instel-ling. Cijnsboek: boek waarin de cijnsplichtigen vermeld zijn, met summiere beschrijving van de goederen waarop de cijns rust; censier

Cijnsgoederen

Mogen niet verkocht of in pand gesteld worden, immers hier is degene die de goederen te cijns uitgaf de eigenaar, de cijnsschuldige is de huurder. Even-min zal hier dus kwestie van hypotheek zijn. Cijns of heerlijke rente staande op gronden van de heer in erfpacht gehouden waren onafkoopbaar.

Cijnsheer

Aan wie de cijns verschuldigd is.

Cijnsplichtige

Hij die de cijns moet betalen

Clauwboeken

Ook kluftboeken genoemd. Registers van de omgang van het grietmansambt over de daarvoor in aanmerking komende edele heerden of boerderijen in Groningen.

Clucht (m)

Onderdeel van een geslacht, generatie, lid graad, staak, "voor een hooft ofte cluchte" (anno 1557), "oick onder hen allen voor een hoot ofte cluchte" (anno 1557). Ook: Cluft.

Cluft (m)

Zie Clucht

Codicil

Akte waarin iemand bepaald wat er wat er na zijn dood moet gebeuren. Anders dan bij een testament kan in de codicil maar een beperkt aantal zaken worden geregeld. Hoeft niet per se bij de notaris te worden bewaard.

Cognaten

Alle nakomelingen, in mannelijke en vrouwerijke lijn, van bepaalde stamouders.

Collaterale successie

Erfenis die op een zijtak overgaat.

Collaterale erfgenamen

Erfgenamen in de zijlinie.

Collateralen

Ook zijmagen genoemd. Bloedverwanten in de zijlinie, die niet van elkaar afstammen, doch een gemeenschappelijke stamvader hebben.

Collatie

Vergelijking van geschriften met de oorspronkelijke tekst.

Compareren

Verschijnen (voor de notaris)

Competeert

Toekomende

Concordat

Stemt overeen met

Confessiën

Bekentenissen

Confirmeren

Bekrachtigen van bijv. een akte

Consanguineus

In de middeleeuwen de aanduiding van een neef die meer dan vijf graden (generaties) verwijderd was.

Consciencie

Geweten

Conscrit

Dienstplichtige

Consenteren

Toestaan, vergunnen

Considerable

Belangrijk

Contentieuze jurisdictie

Rechtspraak in geschillen. Onderverdeeld in criminele en civiele zaken. Deze zaken werden ingeschreven in een re-gister ('rol'). In de criminele zaken vindt men de voort-gang van de gerechtelijke procedures. De stukken die op die procedures betrekking hadden worden in afzonder-lijke registers of procesdossiers gevonden. Dit zijn onder-meer verklaringen ('attestaties'), ondervragingen ('interrogatoria'), bekentenissen (confessiën), gerechtelijke uitspraken (sententies) en lijkschouwingen (visitaties) zijn.
De civiele zaken hadden betrekking op onder meer, vor-deringen van schulden, boedelinventarissen ('erfhuisce-dullen') en taxaties van roerende of onroerende goederen ('estamatiën')

Contersegel (m)

Kleine zegel gedrukt op de achterzijde van het grote zegel.

Contrahenten (m)

Contractanten

Contraheren (m)

Contracteren, overeenkomst sluiten.

Coopslach (m)

Zie Palmslach

Coormiede (m)

Opbrengst van het "bestehooft" of "cateil", het beste stuk uit de nalatenschap van een horige, keurmedige", door de heer krachtens zijn recht te kiezen. Ook: Cuermede

Cormietsliede (m)

Personen die verplicht zijn tot "coormiede", daaraan onderworpen. Ook: Coormiedge liede, Cuermietsliede”.

Contrarie

In strijd met

Contravieerende

Er tegen in gaan

Convent

Klooster

Coormiedge liede (m)

Zie Cormietsliede

Cope

Koopovereenkomst waarbij men van de graaf het recht kocht om een stuk land te ontginnen (Boskoop, Nieuw-koop, Benschop).

Costume

Gewoonterecht

Costuymen

Gebruik

Count

Graventitel voor adel buiten Engeland. De binnenlandse titel is "Earl". De echtgenotes van beide heten "Coun-tess".

Cuermede (m)

Zie Coormiede

Cuermietsliede (m)

Zie Cormietsliede

 

 

D

 

Dachmael (m)

Dagmaal, stuk land, zo groot als in één dag beploegd kan worden, vierde deel van een bunder.

Dachmaet (m)

Dagmaat, het in één dag gemaaide en vervolgens: zoveel land als iemand in één dag kan maaien, t.w. een halve morgen.

Dachwant (m)

Dagwand, zoveel land als iemand in een dag kan wenden, d.i. omploegen kan en vandaar als landmaat: een vierendeel = het vierde van een bunder = 100 roeden.

Daeraff

Daarvan, waarvan

Dagvaert

Vergadering, landdag, rechtszitting

Denier

Betaalmiddel:

Denier: oude munt, 24 mijten = een groot of denier; 12 denieren of groten = een schelling; 20 schellingen = een pond.

De denier is de voor-loper van de penning (vgl. de Engelse penny). De denier is vergelijkbaar met onze stuiver. (ca 11e eeuw).

Denombrement

Een door de leenman (vazal) geschreven opsomming van de landgoederen, cijnsen en andere rechten, die hij hou-dende is van de leenheer.

Deponeren

In rechte verklaren dat iets gebeurd of het geval is

Derdehalf

Twee- en een half

Derogatie

Gedeeltelijke opheffing van een wet.

Derogeren

Afbreuk doen, inbreuk maken, afwijken van de wet.

Descendenten

Verwanten in dalende linie

Dessein

Oogmerk, doel plan

Die een den ander

Elkaar

Dienstmaagd

Meid hetzij jong of niet en eventueel weduwe.

Different

Geschil, onenigheid, kwestie

Dilligentie

IJver, inspanning, aandacht

Ding

Volksvergadering bij oude Germaanse volken. (stamding). Het bestuurde en deed rechtspraak en werd oorspronke-lijk in de openlucht gehouden.

Dingen

Rechtspreken

Disapprobatie

Afkeuring

Dobbe

Kuil, of een in het veen gegraven water.

Doopinschrijving

Kerkelijke inschrijving van een doop. De inschrijving be-vat meestal de doopdatum (soms de geboortedatum), de voornaam of voornamen van de gedoopte, de namen van de ouders en de getuigen. Soms wordt ook vermeld in welk gedeelte (gehucht, plaats) van de kerkelijke gemeente de ouders van de dopeling wonen.

Dossier

Een reeks archiefbescheiden, ontvangen en opgemaakt door een functionaris in de behandeling van een bepaalde zaak.

Dragonders

Oorspronkelijk de Franse bereden infanterie of de lichte calaverie. De ongunstige bijbetekenis van dit woord gekregen door de Dragonnades, een maatregel van Lodewijk XIV om, van 1681 af, door inkwartiering weerspannige Hugenoten tot het katholicisme te bekeren. Tot 1867 bestond de naam ook in Nederland, daarna werd deze naam veranderd in Huzaren.

Drossaard

Dat was oorspronkelijk een tafel dienaar maar later een kasteelbewaarder en was ook een rechtsprekende vertegenwoordiger van de kasteelheer in diens gebied.
P.C. Hooft was drost van Muiden en Elten was tot 1963 een drostambt. Drossaard of Drost werd ook wel baljuw genoemd.
Ook:
Drost, baljuw.

Drossaardschap

De waardigheid, gebied van de drossaard.

Drost

Benaming voor drossaard, baljuw en schout in N. Neder-land.

Drostin

Vrouw van de drost.

Duplicque

Tweede maal dat in een rechtshandeling de gedaagde het woord krijgt (=dupliek).

Douarière

Adellijke weduwe.

DTB

Afkorting voor doop-, trouw- en begraafregisters. Deze van oorsprong kerkelijke registers zijn bij de invoering van de burgerlijke stand - in 1811 - gevorderd en samen-gebracht in een collectie om als "retroacta van de burger-lijke stand" (RBS) of "ode burgerlijke stand" (OBS) te dienen. Deze registers zijn in te zien in het Rijksarchief (m.u.v. de grote gemeenten), gemeente- of streekarchief.
Deze archieven hebben van de originelen foto- en/of microfilmkopieen laten maken. Het CBG bezit ook een groot aantal microfilmkopieen van DTB-registers.

 

 

E

 

Echtscheidingsakte

Een akte ter ontbinding van een huwelijk. Wordt inge-schreven in het register van huwelijken en echtschei-dingen. Deze inschrijving dient plaats te vinden binnen 6 maanden van de rechterlijke uitspraak door de ambte-naar van de burgerlijke stand, anders verliest het vonnis zijn rechtskracht. De inschrijving vindt plaats in de gemeente waar het huwelijk is voltrokken. Na deze in-schrijving is het huwelijk officieel ontbonden. De akte vermeldt de naam, voornamen en woonplaats van de echt-genoten; de datum van het vonnis en de rechtbank die de uitspraak deed. De ontbinding van het huwelijk wordt ook in de linker marge van de huwelijksakte aangetekend

Emigratie

Vertrek uit een land of gebied. [migratie, het veranderen van woonplaats; immigratie, vestiging vanuit een ander land of gebied]. In de 17e en 18e eeuw waren er ruime mogelijkheden voor vestiging in een Nederlandse kolonie in een van de andere werelddelen. Anderen gaven de voorkeur aan vestiging in een ander Europees land, waar de omstandigheden minder verschilden van die in eigen land. In de 19e eeuw kreeg de emigratie vanuit Nederland enige omvang. Vooral Amerika, wat al tientallen jaren in trek was bij Duitsers en Engelsen. In 1850 bleken er bij de tienjaarlijkse volkstelling tienduizend personen in de Verenigde Staten te wonen die in Nederland waren ge-boren. Over het algemeen waren deze personen nog maar enkele jaren in de Verenigde Staten. Vooral kwamen zij voor in de staten New York, New Jersey, Michigan en minder in Iowa. In de beide laatste staten waren het voor-al Afgescheidenen en Hervormden, die in groepen bijeen bleven wonen rond de predikanten die hun uittocht uit het vaderland hebben geleid.


Bij gebrek aan Nederlandse bevolkingsregisters van vóór 1850 zijn er
- lijsten van landverhuizers (zo werden toen de emigran-ten genoemd) uit Nederlandse archieven;
- passagierslijsten van de schepen die in de Amerikaanse havens binnenliepen;
- censuslijsten, de tienjaarlijkse volkstellingslijsten, die een overzicht geven van wie in Amerika woonden; voor het vinden van deze emigranten.


Aan het einde van de 19e eeuw emigreerde men ook naar andere landen, vooral Zuid-Afrika. Na 1945 nam de emi-gratie een grote vlucht naar vooral Canada, Australie en Nieuw-Zeeland.

Erflater

Iemand die een erfenis nalaat.

Erfenis

Het erven, wat een overledene nalaat of wat men van hem erft.

Erfachtig (m)

Erfachtig, volgens een erfelijk recht, erfelijk.

Erfachtigheid

(erfdeel aan) vaste goederen, "een vrauwe en vermach huer propre erfachtigheid niet te vercopene, veralieneerne noch belastene tot behoef van eenen derden persoon, zon-der expres consent.….. van hueren man" (Cost. van Gent, a.o. 1563).

Erfbrief

Stuk dat tot bewijs strekt van eigendomsrecht op vaste goederen.

Erfcijns

Cijns op een onroerend goed rustende, waartoe ieder volgend bezitter verplicht is.

Erfclage (m)

Aanklacht met betrekking tot een onroerend goed.

Erfcommer (m)

Erfelijke rente.

Erfcoren (m)

Erfrente te voldoen in graan.

Erfcusten (m)

Verbintenis op een erf gevestigd, ook custinge van erven.

Erfdeel

Wat iemand als zijn deel uit een nalatenschap toekomt of wat hij zodanig ontvangt; bezit dat iemand door erfenis verkregen heeft of verwerft.

Erfdeling

Deling van een erfenis; "dat op heden ter camere ver-schenen is ... vertoonende seckere acte van erfdeyling en cessie by maghescheyd".

Erfdienstbaarheid

Dienstbaarheid die op een erf rust; erfdienstbaarheid is een last waarmede een erf bezwaard is, tot gebruik en ten nutte van een erf, het welk aan eenen andere eigenaar toebehoort.

Erfdrager

Iemand die het erf bezit, de naakte eigendom bezit tegenover de tochtenaar die de opbrengst geniet.

Erfedele

Degene die de waardigheid van eerste edele als erfelijk recht bekleedt.

Erfelijchede (m)

Erfelijkheid. De eigenschap door vererving overdraag-baar te zijn; erfelijkheid in de onderling vermaagschapte geslachten met betrek-king tot het bekleden van bestuurs-posten, bij voorbeeld: de Brusselse geslachten bezaten het exclusieve recht de stad te besturen.

Erffghevinghe

Erfpacht "By erffghevinghe mach men constitueren soo vele onquytbaer renten ende grondt chynsen als den erf-gever ende erfnemer belieft" (Costuyme van Antwerpen, 2, 422, a.o. 1582).

Erfgerechtigde

Iemand die recht heeft in een nalatenschap.

Erfgever

Iemand die tegen erfpacht afstand doet van een vast goed.

Erhaeflic (m)

Zie Erfhavelyc

Erfhavelijc goet (m)

Aangeërfd roerend goed.

Erfhavelyc (m)

Aangeërfd roerend goed. Ook: Erhaeflic.

Erfhuus (m)

Erfhuis, boelhuis, opengevallen boedel.

Erfkind

Erfzoon, erfdochter.

Erflaet (m)

Erfelijk cijsnman.

Erflating

Het vermaken van enig bezit aan een bepaald erfgenaam; bezit dat men als erfenis aan iemand nalaat.

Erfling

Erflink, erfgenaam.

Erfmagescheit (m)

Erfmaechgescheit (m)

Erfmagescheidinge

Toewijzing van erf aan de verschillende magen van dezelf-de erflater; boedelscheiding met betrekking tot grond-bezit.

Erfmombaer (m)

Voogd door erfrecht, krachtens bloedverwantschap tot de voogdij geroepen. Ook: Erfmomboor.

Erfmomboor (m)

Zie Erfmombaer

Erfnaam

Erfgenaam

Erfoom

Oom van wie men een erfenis verwacht; suikeroom.

Erfpacht

Pacht, waarvan de duur niet aan het leven van de pachter gebonden is en die op diens erfgenamen overgaat. Gewoonlijk in toepassing op een pacht voor eeuwig.

Erfpand

Pand gevormd door vast goed.

Erfrente

Verschuldigde rente, die niet vervalt bij de dood van de trekker, overdraagbare verschuldigde rente.

Erfrogge (m)

Hoeveelheid rogge die jaarlijks als cijns of pacht moet worden uitgekeerd.

Erfschatter

Schatter van vaste goederen, "Schattinghe van huysen, hoven ende andere edificien by den huys- ende erfschat-ters".

Erfscheder (m)

Erfscheider, landmeter, rooimeter, grensbepaler, persoon die de grenzen van een grondbezit vaststelt.

Erfscheiding (m)

Afpaling van vaste goederen; verdeling van een nalaten-schap.

Erfscheitbrief (m)

Akte over verdeling van onroerend goed.

Erfschot (m)

Erfelijke landrente aan de landheer verschuldigd.

Erfside (m)

De zijde waarvan een goed aangeërfd is.

Erfsoene (m)

Een deel van de som, die voor een verslagene (vermoorde) als zoengeld betaald wordt.

Erfstelling

De aanwijzing van een erfgenaam of erfgenamen en ver-volgens beschikking over een nalatenschap

Erfstocgoet (m)

Erfelijk familiegoed.

Erfstuk

Voorwerp van enige waarde, dat reeds meer dan één generatie familiebezit is.

Erftante

Tante van wie men verwacht te zullen erven; suikertante.

Erfte (m)

Geslacht

Erftins (m)

Erftijns, vaste uitkering uit een onroerend goed te betalen aan de eigenaar; het goed dat tegen zulk een uitkering wordt uitgegeven heet men erftinsgoet.

Erftocht

Erfelijk vruchtgebruik, "erf-togt is dewelk met de het le-ven van den mensch niet is bepaald, maar van den een op den anderen oversterft".

Erfvoogd

Erfelijk voogd of bevelhebber.

Erfvorewerde (m)

Erfelijke overeenkomst, die niet ophoudt te werken met de dood der contracterende partijen. Ook: Erfvorewerde.

Erfvorewaerd (m)

Zie Erfvorewerde

Erfwagen (m)

Het jaarlijks leveren van een bespannen wagen, als leen-plicht.

Erfwech (m)

Erfelijke toegang tot een omsloten stuk land.

Erfwissel (m)

Ruiling van onroerend goed.

Erfwinnige (m)

Het verkrijgen van onroerend hofhorig goed; de som bij de verkrijging ervan aan hofheer te betalen.

Erfzoen

"Tot deze zoen wierd by magen des handadigen seecker geld opgebracht, 't welck genoemd wierd maeggeld; ende 't selve geld wierd voor de erfzoene ghenoten by de kinderen des overledens" (De Groot, Inl. III, 32, 7).

Ervesetter (m)

Wetgever

Erffenis

Grondeigendom

Erfhuiscedullen

Boedelbeschrijvingen, boedelinventarissen.

Erhaeflic

Zie

Ergo

Dus

Estamatiën

Taxaties van roerende of onroerende Evgoederen.

Evene (m)

Zware haver, ruwe haver, rouwe haver. Sommige te be-talen cijnsen bestonden in evenen (=even)

Evenknie

Bloedverwanten die tot elkander in dezelfde graad van verwantschap staan.

Evenmate (m)

Maat voor haver en andere granen.

Evenrente, evenschult (m)

Schuld of rente in haver uit te betalen.

Evenschoof (m)

Haverschoof. Staat in verband met het betalen van een tiend.

Evensetter (m)

Een bepaalde maat voor haver.

Examen (m)

Onderzoek, verhoor, vooral de pijnbank.

Exatiën (m)

Belastingen

Excijs

Exsijs, exchijns.

Excijsmeester (m)

Ambtenaar belast met het innen der "excisen".

Excisenaer (m)

Pachter der accijnsen. Ook Exsijsenaer, Exsiser.

Exsijsenaer (m)

Zie Excisenaer

Exsiser

Zie Excisenaer

Extimeren

Taxeren, schatten

 

 

F

 

Failissement

Toestand waarin iemand verkeert die niet meer in staat is zijn financiele verplichtingen na te komen en op wiens bezittingen daaraan beslag is gelegd.

Familiegeschiedenis

Een met allerlei bijzonderheden verrijkte genealogie, die de mensen uit het verleden als het ware doet herleven, tegen de achtergrond van hun tijd en omgeving.

Familienaam

De naam die de leden van een familie dragen. Dit in tegenstelling tot die van een voornaam.

Familienaam toevoegen

Naamswijziging door het toevoegen van een familienaam is mogelijk:
- wanneer men kan bewijzen dat de gevraagde dubbele naam voor 1838 door de familie werd gedragen.
- bij een verzoek de geslachtsnaam van de moeder toe te voegen, alleen indien van haar grootvader van vaderszijde geen mannelijke afstammelingen in de mannelijke lijn meer in leven zijn, van wie nog nakomelingschap te ver-wachten is. De gevraagde naam moet vóór de eigen ge-slachtsnaam worden geplaatst. Een uitstervende familie-naam kan men op deze wijze behouden.

Familieraad

Bijeenkomst van de leden ener familie tot regeling van gemeenschappelijke of wederzijdse belangen.

Familietrek

Gelijkenis van familieleden onder elkander, ook figuur-lijk.

Familierecht

Een hoofdonderdeel van het privaatrecht dat de rechts-betrekkingen (de gevolgen van huwelijk, afstamming en voogdij) voortvloeiend uit het familieverband regelt. Het familierecht bepaalt de plaats van de natuurlijke persoon. Daar het een sterke publiekrechtelijke inslag heeft (omdat het de vragen van algemeen menselijke aard omvat die de grondslagen van een samenleving bepalen) is het over-wegend dwingend recht.


De wetgever bepaalde een aantal familierechtelijke instel-lingen, zoals huwelijk, ouderlijke macht en voogdij van dusdanig eminente betekenis dat partijen zelf niet de vrij-heid hebben die te regelen.


1956 Adoptierecht (nieuw).
1978 Richtlijn Schutte voor de genealogische verwerking van geadopteerde kinderen.
1994 Herziening van het naamrecht.
1998 Geregistreerde partner-overeenkomst (homohuwe-lijk).

Familieverwantschap

Filiatie, afstamming.

Feudium

Een goed in leen waarvoor leenhulde verschuldigd was. Dit in tegenstelling tot het allodium.

Filiatie

Familieverwantschap, afstamming.

Fragmentgenealogie

Deel van een genealogie, wat tenminste uit drie generaties bestaat.

 

 

G

 

Gaardersregister

In Holland (het tegenwoordige Noord- en Zuid Holland en enige Utrechtse en Brabantse grensplaatsen) werd van 1696 tot en met 1805 belasting op het trouwen en begra-ven geheven. De 'gaarders' van deze belastingen hielden registers bij van de ontvangsten. Deze registers vermelden niet de trouw of begraaf datums, maar de datums tot welke belastingklasse de betrokkenen behoorden. Er waren vijf klassen: pro deo, Fl 3,-, Fl 6,-, Fl 12,-, en Fl 30,-, al naar de welstand van de betrokkenen. Voor ongehuw-den werd dubbel tarief betaald. De gaarders- of impos-tregisters zijn te vinden in de rijksarchieven

Gade

Eega, echtgenoot, echtgenote.

Gebaren (m)

Ter wereld brengen.

Gecanceleert (m)

Geschrapt, doorgehaald (bv. een schepenbrief) of door insnijdingen ongeldig gemaakt.

Geconquesteerde goederen

Zijn nieuw aangekochte goederen tijdens een huwelijk.

Gederfde goederen

Goederen reeds verkocht vóór het afsterven van erflater.

Geëxpedieerde akte

Is een in het net geschreven afschrift van een minuut dat men aan de betrokkende medegeeft.

Geadmiteert

Aangesteld

Geallieerd

Door huwelijk verbonden, verwant.

Geattesteerd

Verklaring afgelegd

Geboerlic

Behoorlijk

Geboorte aangiftebewijs

Officieel bewijsstuk met aktenummer, datum van geboor-te, de gemeente, de familienaam en voornaam of voorna-men van de geborene, de eigen familienamen en voornaam of voornamen van de ouders, datum van afgifte bij de ge-boorte aangifte en voorzien van een stempel of waarmerk van de gemeente.

Geboorteakte

Officieel bewijsstuk met datum (en geboortetijdstip), plaats (gemeente), adres van geboorte van de met familie-naam en voornaam of voornamen geborene; de ouders met eigen familienaam en voornaam of voornamen met hun beroep(en), de aangever met leeftijd. Het geheel voor-zien van een registratie- of aktenummer en stempel en ge-waarmerkt door de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente waar de aangifte plaats vond.

Geburen

Vergelijkbaar met schepenen of kroosheemraden. Gebu-ren kwamen voor in gebieden met aasdomsrecht. Schepenen hoorden thuis in gebieden met schependoms-recht.

Geconstitueerde

Die aangesteld is

Gegoed

Bemiddeld

Gelden

Betalen, voldoen

Gemeynt

Gemene gronden

Geneagram

Is een overzichtstabel waaruit de gemeenschappelijke af-stamming van twee of meer personen blijkt. Men kan bij-voorbeeld weergeven hoe verschillende personen (b.v. met eenzelfde beroep of begaafdheid) een gemeenschappe-lijke voorvader hebben.

Generaelijck

In het algemeen, over het geheel genomen

Generatie

Men berekent drie generaties per eeuw.

Geperpetreert

Begaan

Geselnede (m)

Gezellin, compagne, echtgenote.

Gesibbe (m)

Verwant. Ook: Gesibschap.

Gesibschap (m)

Zie “Gesibbe

Gesoncken

Bijgezet, begraven.

Gestaetheyt (m)

Staat, stand, vermogen, gegoedheid.

Gevadere (m)

Peetvader, doopvader, peetemoei, doophefster.

Gevaderschap (m)

Peeterschap, peet.

Gevadersche (m)

Doopmoeder

Gestaetheyt

Staat, stand, vermogen

Geslachtsregister

Een genealogie die de mannelijke afstammelingen aan-geeft van een echtpaar. Wanneer ook alle afstammelingen in vrouwelijke linies vermeld dan spreekt men van een parenteel.

Gezinskaart

Een kaart uit een losbladig kaartsysteem. Dit kaartsys-teem werd bij Koninklijk Besluit in 1920 ingevoerd. Deze kaarten werden voorzien van de gegevens van een gezin en verhuisde mee wanneer het gezin verhuisde. De gezins-kaart werd in 1938 vervangen door de persoonskaart.

Ghebode

Bevel, verordening

Gheestland

Droge, onvruchtbare grond

Gichten

De benaming in Limburg voor schepenakten.

Gilde

Ook wel genoemd het Gild, ambachtsvereniging met be-paalde voorrechten (opgeheven in Nederland in 1798)

Gildenboek

Een boek wat keuren, reglementen, akten, e.d. bevat.

Gildenbrief

Bewijs van lidmaatschap van een gilde of een geschrift waar de rechten van een gilde in staan.

Gildenbroeder

Lid van een gilde.

Gildendeken

Hoofd van een gilde.

Gildehuis

Het verenigingsgebouw van een gilde.

Gildekamer

Het verenigingslokaal van een gilde.

Gildenkeuren

Rechten van een gilde.

Gildeknaap

Gildeknecht – gildebode.

Gildenmaal

Feestmaal van een gilde.

Gildenmeester

Hoofd van een gilde.

Gildenpatroon

Beschermheilige van een gilde.

Gildenpenning

penning als bewijs van lidmaatschap van een gilde

Gildenproef

Een meesterstuk gemaakt voor het volbrengen van een proefstuk om lid van een gilde te worden.

Gildenrecht

Recht als lid van een gilde om bijvoorbeeld een beroep uit te oefenen

Gildenwezen

Bestaan en inrichting van gilden.

Graaf

Een graaf was oorspronkelijk een landsheerlijk ambtenaar die belast was met de opperste rechtspraak in een landschap en een graaf werd later in de tijd ook zelf landsheer. In Nederland is graaf het hoogste adellijke predikaat.

Grafboek

Boek waarin per graf opgetekend wie erin begraven lagen. Er werd ook vermeld wie de eigenaar of huurder van het graf was en wie er met name in begraven lagen. Soms wordt er de begraafdatum bij vermeld. De grafboeken zijn veelal te vinden in de kerken.

Grasmaand

April

Grietenij

Oude naam in Friesland voor een aantal dorpen die onder een grietman stonden. Het was het grietmansambt en het recht daarop sinds de 13e eeuw. In deze eeuw werden in de staatkundige eenheden Friesland delen gevormd. Zo ging in Westergoo het Land van Franeker uit vijf delen bestaan. Dit werden Barradeel, Hennaarderadeel, Baarde-radeel, Menaldumadeel en Franekeradeel. Van het Oos-tergoo, Sevenwouden en het oudere Sudergoo is van de vorming van grietenijen weinig bekend. In de 15e eeuw zijn deze delen zelfstandig. Dit als gevolg van een weg-vallende samenwerking. In de Franse tijd (1795-1815) verloor zij haar rechterlijk orgaan. Bij de Gemeentewet van 1851 ging de naam grietenij over in gemeente

Grietman

(letterlijk: hij die 'groet', in rechte aanspreekt, vordert) Een sinds de 13e eeuw belaste ambtenaar met bestuurlijke en rechterlijke functies van een grietenij. Eerst gekozen of bij toerbeurt aangewezen. In de 15e eeuw benoemd door de landsheer. Tijdens de Republiek door Gedeputeerde Staten en stemgerechtigden. De Franse tijd hief het griet-mansambt op en de Gemeentewet van 1851 maakte hem burgemeester.

Grondboek

Ommeloper; een register bevattende de denombrementen van personen die leenplichtig waren onder een heerlijk-heid met vermelding van hun cijnsen en andere verplich-tingen.

Gronddief

Iemand die grond van een ander inpalmt door verplaat-sing van de scheidingspalen.

Grondeigenaar

Hij die de eigenaar is van stuk grond te weten in tegenstel-ling met de gebruiker, huurder, erfpachter, enz.

Grondhorigen

Lijfeigenen die bij de grond behoorden, bij verkoop van de grond gingen zij mede over aan de nieuwe eigenaar.

Grootheer (m)

Grootvader.

Grootvrauwe (m)

Grootmoeder.

Grosse

Naar de oorspronkelijke opvatting een in het net, met grote, duidelijke letters gesteld afschrift van een ambtelijk stuk, de grosse staat tegenover de minuut te weten het in klein schrift gestelde ontwerp of origineel; de grossen hebben dezelfde bewijskracht als de oorspronkelijke akten.

 

 

H

 

Haeffelijke (goederen)

Roerende goederen

Halfscheid

Helft, half

Halfwinningen

De halfwinning was het recht te profiteren van de helft van de vruchten gewassen op zekere gronden.

Halmelinge vertijden

Door middel van de halm afstand doen

Halsheerlycheit

Halsheerlijkheid, een heerlijkheid met laag en hoog gerecht

Halseigen (m)

Over wiens leven een ander naar willekeur beschikken kan.

Halsen (m)

Onthalzen, onthoofden, ook in de betekenis van omhelzen. Ook Helsen.

Halsgerechte (m)

Halsgerecht, het hoge gerecht, de bevoegdheid om het doodvonnis uit te spreken, criminele rechtbank.

Halsheerlycheit

Halsheerlijkheid, een heerlijkheid met laag en hoog gerecht d.i. halsrecht.

Halshere (m)

Halsheer: hij die over iemand leven en dood beschikken kan, heer van een heerlijkheid met halsrecht.

Halshouwer (m)

Beul.

Halshuggen (m)

Zie “Halshouwer

Halsiser (m)

Halsijzer, halsboei, halsbeugel, ijzeren band om de hals waarmede een misdadiger vastgeklonken.

Halslossinge

Het afkopen van een rechtmatige doodstraf.

Halsmisdaad

Misdaad waarop de doodstraf staat. Als een halsmisdaad aanrekenen.

Halsrecht

Voltrekking van de doodstraf "er wordt heden halsrecht gehouden".

Halsrechter

Rechter die een doodvonnis kan uitspreken.

Halsstraf

Doodstraf

Hancman (m)

Scherprechter die de dieven opknoopt.

Handmerk

(of huismerk) is een persoonlijk merkteken om bezittingen of koopwaar mee te merken. Vanaf de 6e eeuw zijn hand-merken bekend. Waarschijnlijk zijn ze nog ouder en worden wel eens in verband gebracht met de runentekens, doch dit is nog niet aangetoond. Wel is er verwantschap met metselaarstekens, handelsmerken, meestertekens. Zij die niet konden schrijven ondertekenden dikwijls met een handmerk of het werd als versiering aangebracht. Het handmerk had in plaats van de handtekening bewijs-kracht. Het kreeg een erfelijk karakter. Het ging onver-anderd over op de oudste zoon terwijl er door de verwan-ten een persoonlijke variatie aan werd toegevoegd. Met een handmerk werd eerst door burgelijk families geze-geld. Later werden deze handmerken soms in kleur op een schild gezet of als helmteken op de helm geplaatst.

Hanteringe

Omgang

Havelick, oft roerelick goet (m)

Tilbaar goed zoals meubelen, veestapel, alaam enz...

Havertiend

 

Heemraden

Vertrouwensmannen binnen een dorp, vergelijkbaar met de huidige wethouders. Zij hadden de zorg voor wegen, sloten en dijken. Ook wel Kroosheemraden.

Heer

Was in de vroege middeleeuwen een (prerogatief) recht (voorrecht) wat ridders en geestelijken hadden voor en boven anderen. Leest men in een vroeg middeleeuws staatsstuk waarbij aan personen of lichamen speciale rechten werden toegekend (charter), bijvoorbeeld Heer Walterus of Heer Floris, dan weet men dat op het moment dat dit charter gepasseerd werd Walterus en Floris rid-ders of priesters waren. Vaak werd deze naam aangevuld (bij gelijke naam ter onderscheid) met de naam van hun klooster of stamhuis (slot, kasteel), waar zij woonden. (Heer Walterus van Gerkesklooster, Heer Floris van Aemstel). Heer was dan een persoonlijke titel en klooster of stamhuis een toevoeging ter verduidelijking. Later ont-leende men de titel Heer aan zijn bezit en duidde de titel Heer aan, dat men eigenaar van het genoemde huis was. (Heer van Aemstel). Toen de ridderslag in ongebruik raakte bleef deze titel voor de voornaam staan (Heer Floris van Aemstel, ridder)

Heerlijkheid

Bezitting van een gebied waaraan bepaalde rechten ver-bonden zijn. Eén van deze rechten was de rechtspraak in dat gebied (jurisdictie). Had de Heer van een Heerlijkheid het 'dagelix gerecht' (lage jurisdictie) over burgerlijke zaken en kleine vergrijpen dan werd hij ambachtsheer ge-noemd en liet hij de uitoefening van dat gerecht over aan een schout en schepenen. Bij het recht van (hoge- of hals-jurisdictie) grote of capitale misdrijven werd de Heer Vrij- of Halsheer genoemd. De ambachts- en vrijheren waren niet gebonden aan een eigendom ter plaatse van land of een woning. Meestal in de eerste eeuwen van het instituut van heerlijkheid hadden zij wel grondeigendom-men in hun heerlijkheid, zo ook belang in de jurisdictie in dat gebied.

Heemraadschap

Waterschap.

Heervaart

Zie riemtalen

Heemkunde

Kennis van de eigenaardigheden van volk en bodem in een bepaalde streek (streektaal, volksgebruiken, natuurlijke gesteldheid, bestaansmiddelen, enz)

Heidens

Zwervers of zigeuners

Helm

Helmvlies: het vlies dat bij de geboorte het hoofd van som-mige kinderen omgeeft en waarvan het bijgeloof bijzon-dere eigenschappen toeschreef o.a. de gave om rampen te voorzien. Hij is met de helm geboren, 't is een gelukskind.

Helsen (m)

Zie Halsen

Herfstmaand

September

Hertog

Een hertog was bij de germanen de naam van de legeraanvoerde, later een stamhoofd, tegenwoordig een adelijke titel, in rang boven de graaf .

Hoeve

Oppervlaktemaat: 1 hoeve = 16½ morgen of ruim 14 ha.

Hoge heerlijkheid

Hierbij had de heer naast de rechten van een ambachts-heerlijkheid ook het recht de hogere rechtspraak uit te oefenen. Zie ook ambachtsheerlijkheid en vrij ambacht.

Hoochbailliu (m)

Voorname of voornaamste baljuw. Hoogbaljuw, was de rechtstreekse vertegenwoordiger van de vorst en hoofd van het bestuur van het land, van een kasselrij of van het ambacht (Graafschap Vlaanderen).

Hoochhuus (m)

Slot, kasteel, huis van de heer.

Hoofdelijke misdaad (m)

Halsmisdaad

Hoogheemraden

In latere tijden werden de taken van de dorpse heemraden overgenomen door het polderbestuur. Toen de polders zich aaneensloten tot grotere waterschappen ontstonden de zgn. hoogheemraden.

Hooimaand

Juli

Hugenoten

Hugenoten, Vooral van de 16e tot de 18e eeuw gebruikte benaming voor de protestanten (calvinisten) in Frankrijk.

Hugenoten Kruis

Kruis met ankervormig omgebogen en door boogjes ver-bonden armen en met als hanger een neerdalende duif. (Het wordt door protestanten, vooral in Frankrijk en België, soms als herkenningsteken gedragen.).

Huwelijksbijlagen

Stukken die ingeleverd moeten worden als men gaat trouwen.

Huwlijksvoorwaarden

In een akte vastgelegde afspraken tussen echtgenoten over de verdeling van hun bezit.

Hypotheekakte

Akte van een geldlening waarvoor het eigendom als on-derpand dient

 

 

I

 

Iconografie

Iconografie, beeldbeschrijving. Een beschrijving van een prent, foto, schilderij, enz. die op een persoon of bepaald voorwerp betrekking heeft.

Impetrant

Eiser

Impost

Belasting, heffing

Impostregister

Zie Gaardersregister

Indemniteit, acte van

Verklaring van de plaats waaruit iemand vertrok dat in geval van armlastigheid de kosten hiervan niet door de nieuwe woonplaats, maar door de oude gedragen zouden worden. Dit was vaak een voorwaarde om in een nieuwe plaats te mogen gaan wonen.

Index

Lijst waarin namen alfabetisch zijn opgesomd met verwij-zing naar de vindplaats.

Insinueren

Aanzeggen

Instandichede

Teruggave of vergoeding

Interesten

Renten

Interrogatoria

Ondervragingen

Item

Idem, vervolgens, eveneens

 

 

J

 

Jaergetide

Het jaarlijks op iemands sterfdag lezen van een mis voor het zieleheil

Jansenisme

Stroming binnen de katholieke kerk, ontstaan in de zeventiende eeuw. Het Jansenisme onderscheid zich o.a. door strengere eisen aan de gesteldheid die wordt vereist voor het ontvangen der sacramenten. In het begin der achttiende eeuw leiden conflicten met Rome tot een volledig schisma. Vele Jansenisten scheidden zich in de oud-katholieke kerk van Rome af.

Jonckwijf

Dienstmaagd

Jongedochter

Ongehuwde vrouw

 

 

K

 

Kadaster

De dienst van het Kadaster en de Openbare registers (KADOR) zorgt voor de registratie van onroerend goed en alle wijzigingen die zich daarin voordoen.

 

kadaster, in 1832 (in Limburg 1841) ingevoerd om een rechtvaardige heffing van de grondbelasting mogelijk te maken. Het is een door de Rijksoverheid gevoerde administratie van zakelijke genotsrechten op de grond. Deze rechten worden geboekt in de kadastrale legger en behoren met de kadastrale kaarten tot de basis van de kadastrale archieven.

Kantongerecht / Kanton-rechter

Lagere rechtbank dan een arrondissementsrechtbank. Ieder arrondissement is verdeeld in kantons. Bestaat sinds 1838. Opvolger van vredegerecht/rechter.

Kapittel

Een college van geestelijken (kanunniken) dat gezamenlijk de zielszorg in een parochie uitoefent

Karolus

Ook wel karolus gulden. Deze ontleende zijn naam aan Karel V. Hij kwam voor als gouden munt van 2,94 gram, maar ook als zilveren munt van 23,72 gram. Beide soorten hadden de waarde van 20 stuivers. De munt werd gebruikt rond 1540.

 

Karolus-gulden, een door Karel V in 1521 ingevoerde gouden munt ter waarde van 20 stuivers met de afbeelding van de geharnaste keizer met scepter en rijksappel. In 1540 werd de zilveren Carolus, eveneens ter waarde van 20 stuivers, ingevoerd. Hoewel deze munten na 1555 niet meer werden uitgegeven en daarna geheel andere typen van een ander gewicht en gehalte werden geslagen bleef de Carolus van 20 stuivers tot het einde van de 17de eeuw de rekenmunt. De benaming werd in de loop van de tijd ver-kort tot Gulden.

Keizer

Keizer is de titel van de hoogste vorst.

Kerkbaljuw

Roedrager, kerkwachter, kerkeknecht, kerkbewaarder, die, gekleed in 't oude kostuum der zwitserse gardes, de orde in de kerk bewaart.

Kinderen van getrouden bedde (m)

A.O. 1423: wettige kinderen.

Kindskind

Kleinkind

Klaringen

Verklaring, beslissing, vonnis, uitspraak

Klift

Generatie, waarschijnlijk afgeleid van cluft, clucht.

Konkelleen

Vrouwenleen, leengoed dat ook aan vrouwelijke erfgena-men kon overgaan.

Klinkaart

Zie schildtalen

Kluftboeken

Ook clauwboeken genoemd. Registers van de omgang van het grietmansambt over de daarvoor in aanmerking komende edele heerden of boerderijen in Groningen.

Knechtken

Jongetje

Kog

Zie Riemtalen

Koman

koopman

Koning

Is een regerend vorst van een koningrijk.

Kozijn

Koze, kozze, zoon van een oom of tante, broer of zuster, neef of nicht

Kriebelziekte

Ergotisme, vergiftiging met moederkoorn, een op vochtige gronden voorkomende uitwas bij graansoorten, vooral aan roggearen, die een vergiftigde werking heeft; bv. brood gebakken van graan dat moederkoorn bevat kan de ziekte veroorzaken, het kriebelend gevoel in het lichaam kan door verlamming, blindheid en zelfs de dood gevolgd worden

Kroosheemraden

Zie Heemraden

Kruishuwelijk

Huwelijk waarbij man A trouwt met vrouw B en de broeder van B huwt met de zuster van A.

Kwartierdrager

Probandus, de persoon van wie de kwartierstaat uitgaat.

Kwartierherhaling

Wanneer de kwartierdrager meerdere keren van dezelfde persoon afstamt.

kwartierstaat

Een in generaties gerangschikte opgave van de wettige voorouders van een bepaald persoon. De naam is ontstaan uit de vier kwartieren van een wapenschild, waarin men dan de wapens van de vier grootouders plaatste. Degene waar men vanuit gaat noemt men de Kwartierdrager (of probandus) en is tevens de 1e generatie. De ouders van de kwartierdrager zijn de 2e generatie (of de 1e parentatie).

kwartierverlies

Het meer dan eenmaal voorkomen van dezelfde voorouder in een kwartierstaat. Dit kwam veelal bij gesloten gemeen-schappen voor.

 

 

L

 

Landverhuizers

Benaming voor emigranten in de 19e en begin 20e eeuw. Te vinden in de Nederlandse archieven.

Lapgetuige

Tweede getuige bij aangifte van geboorte, meestal een aanwezige die zijn diensten aanbiedt en achteraf een fooi verwacht.

Laten ligghen

Opzeggen

Leenheer

Leenheer ook wel Vazal genoemd. Iemand die zich in de Middeleeuwen onder de bescherming van een machtig heer (meestal Koning of Keizer) gesteld had aan wie hij als tegenprestatie diensten bewees.

Lentemaand

Maart

Leviraat

Zwagerhuwelijk, huwelijk met de kinderloze weduwe van iemands broeder.

Lijfstraf

Straf waarbij lichamelijk leed werd toegebracht

Liste Civique

Bevolkingslijsten uit de jaren 1796 en 1811. Deze lijsten bevatten per plaats de gehele volwassen mannelijke bevol-king met opgave van beroep en geboortedatum. Ze zijn te vinden in de gemeentearchieven. Ook: Registre Civique

Lopik (Of Lobeke) (M)

Bosbeek. De naam verwijst naar een veenstroom die ten Noorden van de Lek stroomde (De huidige Lopiker Wetering).

Louwmaand

Januari

 

 

M

 

Maagschap

Gezamelijke bloed- of aanverwanten.

Maagtaal

Lijst der bloed- en aanverwanten bij het verdelen van een erfenis.

Maeg-geld

Zie erfzoen

Mechtich maecken

Machtigen

Maeg

Verwant

Maegschap

Verwantschap

Magescheidinge

Boedelscheiding

Markgraaf

Zie Markies

Markies

Markies is ook wel bekend als markgraaf. In de Karolingische tijd (rond 500) was een markies een bestuurder of legeraanvoerder van een grensgebied. Later werd het een vorstelijke of hoge adelijke titel. In 1581 werd het markizaat Veere aangekocht door Prins Willem "de Zwijger" van Oranje-Nassau (1533-1584). In België had men het markgraafschap Antwerpen dat al reeds voor 1008 bestond. In Engeland is de titel markies sinds 1442 in gebruik en ligt tussen graaf en hertog.

Malversatie

Slecht beheer, ambtsontrouw, ontrouwe waarneming van een bediening; verduistering van gelden.

Meerderjarig

Personen boven een bepaalde leeftijd, die niet meer onder het ouderlijk gezag staan.

Memorie van concessie

Een na iemands overlijden opgemaakte schriftelijke ver-handeling voor het bepalen van de hoeveelheid successie-belasting door de erfgenamen betaald moet worden. Hier-in wordt beschreven waaruit de erfenis bestaat, wat de waarde ervan is en wie de erfgenamen zijn. Sinds het be-gin van de 19e eeuw moet in Nederland belasting betaald worden over een erfenis. Deze belasting heet successie-recht. De memories die tussen 1817 en 1922 zijn opge-maakt worden in de rijksarchieven bewaard. Niet van elke overledene een memorie van successie bewaard gebleven.

Verklaring die na overlijden wordt opgemaakt over de nalatenschap.

Metten eersten

Met de eerste gelegenheid die zich voordoet, zo spoedig mogelijk.

Micke (m)

Mik, een gaffelvormig uitlopende paal die men als galg gebruikte.

Militie

Leger, dienstplicht.

Minderjarig

Kinderen die nog onder het ouderlijk gezag staan.

Minuut

Is de oorspronkelijke akte, door de notaris bewaard waar-van hij gewaarmerkte afschriften of grossen aflevert aan de belanghebbenden.

Mitigeren

Verzachten, verlichten, matigen

Moederssone (m)

Onecht kind.

Moer

Moeras

Momber

Voogd over onmondigen

Momboirkamer

Zie Weeskamer

Morgengeld

Bijdragen van de ambachten aan de kosten van het water-schap. Het morgengeld werd door de ambachten weer om-geslagen naar de hoeven (verhoefslagen). Een hoeve is een bepaald oppervlakte land waar één boerderij op werd ge-vestigd.

Mortificeren

Tot geestelijk goed maken

Mud (mudde)

Inhoudsmaat, hectoliter, korenmaat van 120 pond (in Vlaanderen).

 

Landmaat: zoveel land als met een mud graan bezaaid kan worden (40 aren);

 

 

 

 

N

 

N.S.

Nieuwe stijl in de tijdrekenkunde; meestal wordt bedoeld de stijl waarbij het jaarcijfer op 1 januari werd gewisseld, en niet met Pasen (Nederlanden), 25 maart (Engeland) enz...

Nabestaande

Bloedverwant maar met meer verwijderde betrekkingen.

Nagelmagen

Verwanten van de zevende graad.

Nagelvriend

Bloedverwantschap werd eertijds uitgebeeld door een menselijk figuur. De nagel van de hand was de zevende graad, daarna was er geen maagschap meer.

Nagelvriend

(= nagelmaag): bloedverwant in de zevende graad, verre bloedverwant.

Nalatenschap / erfenis

Het vermogen op het moment van overlijden.

Notarieel repertoire

Een chronologische lijst waarin elke akte op volgnummer, datum, onderwerp, belanghebbenden, verkorte inhoud en verwijzingen naar andere akten vermeld staan.

Notariele archieven

Sinds de middeleeuwen bestaat het notariaat in een aantal provincies van Nederland. Tijdens de Republiek waren er notarissen in Brabant, Holland, Limburg, Utrecht en Zeeland. In Friesland, Gelderland en Groningen in enkele plaatsen. In 1811 werd het notariaat in heel Nederland ingevoerd. Onderzoek van akten met betrekking tot huwe-lijkse voorwaarden, testamenten, boedelbeschrijvingen en boedelscheidingen e.d. maken de notariële archieven belangrijk. Akten opgemaakt door notarissen opgemaakt dienen als rechtsgeldig bewijs van wat erin geformuleerd is. Zij worden ondertekend door de notaris, de getuigen en de partijen. De originele akte noemt men een minuut. Deze minuut akten werden in een band (protocol) samen-gevoegd. Het authentieke afschrift noemt men een grosse. Deze worden aan de belanghebbenden uitgereikt. Notariële archieven tot en met 1915 zijn te vinden in een archiefbewaarplaats (gemeente- of streekarchief). Naast de archiefbewaarplaats zijn er ook notariële archieven te vinden in de provinciale rijksarchieven. Notariële archie-ven tot 1915 zijn openbaar. Die van na 1915 niet en zijn in bewaring van de notarissen zelf of bij de arrondissements-rechtbanken.

Novale landen

Worden zodanige landen door verstaan, die als 't ware voor het eerst ontgonnen of nieuwelijk bebouwd worden, en die van 's mensen geheugen niet bebouwd zijn geweest of vruchten voortgebracht hebben

 

 

O

 

O.S.

Oude stijl in de tijdrekenkunde, vóór de invoering van de Nieuwjaarsstijl.

Ohem (m)

Oom.

Oir (m)

Erfgenaam.

Okshoofd

Vat. Parijse mud 18 h.l.

Olografisch Testament

Geheel door de erflater zelf geschreven testament.

Ommestellingen (m)

Omslaan, gelijkmatig over belastingsschuldigen verdelen.

Onbemaagde

Geen bloedverwanten meer hebbende. Na de zevende graad zijn er geen magen meer.

Onbestorven weduwe

Een vrouw niet door de dood, maar door langdurige afwe-zigheid, van haar echtgenoot gescheiden.

Onderschoven kind

Heimelijk een ander kind in de plaats van het echte stellen.

Onderschoven testament

Een vals testament.

Ondertrouw

De periode tussen de huwelijksaangifte en het huwelijk.

Ongelden

Lasten, belasting

Onreat

Accijns

Oomskind

Neef, nicht.

Oomssone (m)

Neef.

Oomzegger

Neef

Oomzeggerskind

Achterneef

Oomzegster

Nicht

Oor

Ore, oir, hoir, hore, erfgenaam.

Oorane

Bet-over-grootvader

Oorkonde

Openbare, uitgaande versie van een akte

Oornaam

Geslachtsnaam, bijnaam.

Opdragen

In eigendom overdragen

Opgestaen

Ontstaan bijv; geschil

Oppervader

Grootvader.

Opsetene (m)

Noemde men de inwoner die zijn land op de parochie bewerkte; gevestigde, inwoner. Ook: Gesetene.

Orlinc (m)

Erfgenamen, nakomelingen.

Oud-rechterlijke archieven

Archieven van vóór 1811, bijvoorbeeld schepenbanken

Oud-overanen

Bet-oud-overgrootvaders.

Oud-overgrootvaders

Overanen.

Oude tiend

Tiend van grond die bij de vestiging van de tiend reeds ontgonnen was.

Oudgrootvader

Overgrootvader

Oudmoeder

Grootmoeder

Oudmoei

Oudtante

Oudoom

Oom van iemands vader of moeder, broeder van iemands grootouders.

Oudtante

Oude moeye, tante van iemands vader of moeder, zuster van een der grootouders.

Oudvader

Grootvader.

Oudvaders

Voorvaderen, voorgeslacht.

Oudzusterling

Kind van een oudoom of oudtante.

Oudoom

Oom van vader of moeder

Oudovergrootmoeder

Moeder van de overgrootmoeder of overgrootvader = bet-overgrootmoeder

Oudovergrootvader

Vader van overgrootmoeder of overgrootvader = betover-grootvader

Oudtante

Tante van vader of moeder

Overanen

Oudovergrootvaders

Overbestemoeder

Overgrootmoeder, overbestemoer.

Overbestevader

Overgrootvader, overbestevaar.

Overdracht

Overdracht van onroerend goed – rechtshandeling waar-bij de eigendom van een onroerend goed, bijvoorbeeld huis of stuk land, van de een overgaat op de ander, bij-voorbeeld door verkoop. Deze overdracht wordt ook transport genoemd.

Overeendragen

Overeenkomen

Overgangsrecht

Devolutierecht, overdracht van goederen van een familie die in de rechte lijn is uitgestorven. Toewijzing van goe-deren uit het tweede huwelijk aan kinderen uit het eerste.

Overkindskind

Achterkleinkind

Overoom

Oudoom

Overouders

Grootouders, voorouders, voorvaderen

Overoudgrootmoeder

Bet-overgrootmoeder

Overoudgrootvader

Bet-over-grootvader

Overoudmoeder

Overgrootmoeder

Overoudmoei

Tante van iemands grootvader of grootmoeder.

Overoudoom

Oom van een der grootouders.

Overoudtante

Zuster van de overgrootvader of overgrootmoeder.

Overoudvader

Overgrootvader

Overschoonvader

Aangehuwde grootvader

Overlijdensakte

Bevat een verklaring aangaande het overlijden van een persoon. Aangeduid met naam, voornamen, beroep leef-tijd en adres. Tot 1935 werden ook de namen, voornamen, beroepen, leeftijden en adressen van de beide aangevers vermeld. Na 1935 wordt één aangever vermeld.

Overtoom

Plek waar een schuit over land getrokken werd, bijvoor-beeld over een dam.

 

 

P

 

Paap (m)

In de middeleeuwen de naam voor priester.

Pade (m)

Peet, doopvader. Ook: doopkint.

Payen

Betalingstermijn

Pagamentum

Betaalmiddel

Paleografie

De wetenschap die zich bezighoudt met het bestuderen van oude schriftvormen en het ontcijferen van oude teksten.

Palimpsest

Een perkament handschrift, waarop veelal uit zuinigheid, over de onleesbaar gemaakte eerste tekst een andere ge-schreven is. Langs chemische weg gelukt het vaak de oor-spronkelijke, soms waardevolle tekst, weer leesbaar te maken.

Palmslach (m)

Slag met de vlakke hand, de handslag waarmede een koop wordt bekrachtigd. Ook: Coopslach.

Panchiser (m)

Ontvanger van de "panchys".

Panchys (m)

Heerlijk recht op het brouwen van bier.

Pancys

Zie Panchys

Pand laten varen voor de cijns

Van een pand afzien, hem verlaten omdat hij meer kost dan hij opbrengen kan

Parage (m)

Verwantschap, een parage tellen, de graad van verwant-schap met iemand uitrekenen.

Paranimf

Bruidsleider, die de bruid op de bruilofsdag terzijde staat.

Pargament (m)

Pergament, pergameen, parcament, parkement, perca-ment, parcamint (m), perkament.

Pargamentmaker

Parcamenter, parcamentier, parcamentmaker (m).

Parmentier, permentier (m)

Bewerker van de fijne stoffen, die voor de kleding werden gebruikt.

Parenteel

Een generatiegewijs gerangschikt overzicht van alle na-komelingen, zowel in mannelijke als in vrouwelijke lijn, van een bepaald echtpaar.

Passeren (van een akte)

Handeling waarbij een akte rechtskracht krijgt

Patroniemen

Vadersnamen zoals Jan Corneliszoon of Immeken Ghijsbechtsdochter. Patroniemen werden in Zoetermeer nog gebruikt in 1514. Rond 1550 zag men in Holland (dus ook in Zoetermeer) onder invloed van de toenemende handel geleidelijk meer familienamen ontstaan. Dit ver-schijnsel trad in Brabant al eerder op.

Patronymicum

Patroniem, een van de voornaam van een van de vader afgeleide toenaam. Bijvoorbeeld: Fokke de vadersnaam, door de zoon vermeld achter zijn naam als Fokkezoon, Fokkezn of Fzn.

Paydach (m)

Betaaldag

Pelse (m)

Met bont gevoerd kledingstuk; bepaaldelijk: een onder-kleed, ook gedragen over het blote lichaam.

Peniteren (m)

Gebruik maken van het recht om af te zien van een (koop) overeenkomst, het rouwrecht; rouwkoop.

Pensionaris (m)

Rechtsgeleerd ambtenaar van een stad, vastbezoldigde rechtsgeleerde raadsman.

Persenaer (m)

Hij die een "pensie" of (door een stad verkochte) lijfrente heeft.

Persisteren

Op iets blijven staan, volharden, staanhouden, bevestiging van een vorige verklaring ten overstaan van het gerecht.

Persoonsbewijs

Een identiteitsbewijs, in Nederland tijdelijk uitgereikt vanaf 1941 tot 1945. Tevens bewijs van opneming in het bevolkingsregister. Een ieder boven de 15 jaar moest in bezet Nederland een speciaal persoonsbewijs (PB) bij zich dragen.

Persoonsblad

Een blad (A4) of kaart waarop gegevens met verwijzingen naar bronnen van een persoon.

Persoonslijst

Een geautomatiseerd bevolkingsregistratie. Na 1994 wor-den de persoonskaarten niet meer bijgehouden door de geautomatiseerd bevolkingsregistratie, doch bewaard als "achtergrond" bestand. Deze persoonskaarten zijn ver-vangen door een geautomatiseerde persoonslijst. Het CBG ontvangt per 1 oktober 1994 uittreksels van de gemeenten van de overleden inwoners.

Persoonskaart

 

Kaart met persoonlijke gegevens, bijgehouden voor ieder-een die na 1938 in Nederland is overleden, schriftelijk aan te vragen bij het Centraal Bureau voor Genealogie.

 

 

Persoonskaart

In 1938/1939 wordt van iedere inwoner van Nederland een persoonskaart opgemaakt ten behoeve van het bevolkings-register. Deze wordt bijgehouden ter gemeentesecretarie van de plaats waar de betrokkene woont. De persoons-kaart is niet openbaar. Bij verhuizing van betrokkene naar het buitenland wordt de persoons-kaart naar het Bureau Vestigingsregister, Min van BiZa, gestuurd. Na het overlijden van betrokkene wordt deze PK overge-bracht via het Centraal Bureau voor de Statestiek naar het Centraal Bureau voor Genealogie (CBG). In 1994 werd de persoonkaart vervangen door een geautomati-seerde persoonslijst.

Pille, pil (m)

Geestelijke zoon of dochter, petekind, doopkind.

Pillegave, pilgifte

 padengave (oost m); geschenk van iemand aan zijn "pille";

Pillegelt (m)

Doopgeschenk.

Pistole

Gevangenisstraf waarbij tegen betaling voorrechten worden verleend.

Poenter (m)

Zie Pointer

Pointer (m)

Zetter der belastingen. Ook: Poenter.

Pond

Betaalmiddel: 1 pond = 20 schellingen (ca 11e eeuw).

 

Pond:

een pond Vlaams = zes gulden of Carolusgulden,

een pond Brabants = vier gulden of Carolusgulden,

een pond Artoois = een gulden of Carolusgulden,

een pond Tornoois = een gulden of Carolusgulden.

Pond (oude)

Gewichtsmaat: 32 pond = 13 kg, 1 pond = 406 gram

Poortdinge (m), portdinc (m), poortergedinge

Terechtzitting op vaste tijden, meest drie- of viermaal in het jaar.

Poorter (m)

Stedeling; burger eener stad, hij die hetzij door geboorte of door aanneming de rechten van de stedelingen geniet, tegenover den "here" onderdaan.

Poorterbrief

Een door de overheid aan een poorter uitgereikte ver-klaring dat hij burger is.

Poortersneringe (m)

Nering die in de steden alleen aan burgers is vergund.

Postuum geboren

Een kind geboren na het overlijden van de vader.

Prejuditie

Nadeel

Pretenderen

Vorderen

Pretentie

Aanspraak

Prijsboecken

Waarin de zetters de "prijzijen" (schattingen) van lan-derijen optekenden.

Prins

Een prins is een koningszoon of een vorst van een prinsendom. Een gewest kon tot een prinsendom veheven worden door de keizer.

Prisen (m)

Schatten, taxeren, waard achten, priseren.

Priser (m)

Schatter.

Prisie (m)

Schatting, taxatie, vooral om te weten of daarmede een schuld of belasting kan worden betaald. Ook: Prisinge

Prisinge (m)

Zie Prisie

Proefmeester (m)

Ambtenaar door de gilden aangesteld tot het examineren van hen, die als lid willen worden opgenomen.

Provoost (m)

Rechterlijk ambtenaar, zoals ambtman en baljuw.

Psaligraphie

De kunst om figuren uit papier te knippen.

Purge (m)

Zuivering "hem ter purge stellen, zijne zaak aan een rechterlijke uitspraak onderwerpen”.

Principael

Origineel

Principael sculder

Hoofdelijk schuldenaar

Probandus

Zie Kwartierdrager

Provinciale hof

Hogere rechtbank voor misdrijven

Provoosthuis

Gevangenis voor militairen

Pupil

Minderjarige die onder voogdij staat.

 

 

Q

 

Quartieren (m)

In de geslachtkunde, kwartier van een stamtabel of kwar-tierstaat, ter aanwijzing van de afstamming van vaders- en moederszijde, vooral ten bewijze dat iemands kwartieren adellijk zijn.


Quartieren = quarteleren (m): in de wapenkunde een kwartier, een der vier vakken van een gequarteleerd wapenschild; bepaaldelijk de rechterbovenhoek, het eerste kwartier van een schild.

Quene (m)

Een vrouw of leeftijd, een vrouw met ervaring en levens-wijsheid, oud wijf.

Quistgoederen

Goederen van stadskinderen beheerd door een van over-heidswege aangestelde persoon.

Quote (m)

Aandeel in een hoofdelijken omslag;

Quytbaer (m)

Afkoopbaar, aflosbaar;

Quite weren

Vrijwaren

Quiteren

Kwijtschelden

Quytrente (m)

Afkwijtbare rente.

 

 

R

 

Raad voor de kinder-bescherming

Overheidsinstelling die betrokken is bij voogdij van kinderen van ouders die uit de ouderlijke macht zijn ontzet of ontheven. Bestaat sinds 1956. Opvolger van de voogdijraad.

Raadkamer

De plaats waar de leden van een rechtbank de beslissing die zij gaan nemen, bijvoorbeeld een beschikking, voor-bereiden. De zittingen in een raadkamer zijn niet open-baar.

Rechtsweerinne (m)

Rechtzwerin, volle nicht, rechtsweernede (Mnl).

Rechtzweer

Volle neef of nicht.

Recidivist

Iemand die voor de tweede keer tot een straf wordt ver-oordeelt.

Recipisse

Kwitantie, ontvangstbewijs

Reengenoten (m)

Regenoten, bezitters van aangrenzen-de kavels, geburen.

Reetrecker (m)

Landmeter, erfscheider, rooimeester.

Reeuroof (m), reeroof (m)

Lijkroof. Ook: Lijkberoving.

Reeuwech (m)

Weg waarlangs lijken naar het kerkhof werden gebracht, lijkweg.

Reeuwen (m)

Een lijk afleggen, het reinigen en voor de begrafenis in gereedheid brengen.

Reeuwer (m), reeuwige vr.

Lijkenaflegger. Ook: oppasser van besmettelijke zieken en ontsmetter hunner lijken.

Register

Lijst van stukken in chronologische volgorde. Als de stuk-ken zelf in dezelfde volgorde zijn opgeborgen vormen zij een serie stukken.

Register van Naamsaan-neming

Bij keizerlijk decreet (Napoleon) werd op 18.08.1811 een ieder in Nederland die nog geen geslachtsnaam had be-volen binnen een jaar een geslachtsnaam aan te nemen. Velen namen dit niet ernstig met als gevolg geslachts-namen die hun nageslacht in grote verlegenheid hebben gebracht. Anderen gaven er geen gehoor aan. Op 17.05.1813 werd bij decreet de termijn voor geslachtaan-neming verlengd tot 01.01.1814. Bij Koninklijk Besluit (Koning Willem I) werd op 05.11.1825 het bevel tot aan-nemen van een geslachtsnaam onder strafbedreiging herhaald. Hieruit volgden vele Registers van Naamsaan-neming. Een akte van naamsaanneming uit het Register, laat de aangever van de naam zien en de familienaam die gewenst wordt aan te nemen. Ook ziet men de namen van degenen voor wie opgetreden wordt zoals broers, zusters, kinderen, kleinkinderen met hun leeftijd. Als laatste wordt deze akte 'indien zulks geleerd hebbende'

ondertekend. Deze registers zijn te raadplegen in de rijksarchieven, enkele streek- en gemeentearchieven. Het Centraal Bureau voor Genealogie (CBG) bezit een aantal van deze registers op microfiche.

Registre Civique

'Liste Civique', bevolkingslijsten uit de jaren 1796 en 1811. Deze lijsten bevatten per plaats de gehele volwassen mannelijke bevolking met opgave van beroep en geboorte-datum. Ze zijn te vinden in de gemeentearchieven.

Rekest

Schriftelijk verzoek aan een overheidsorgaan, bijvoorbeeld de rechter, om een maatregel te nemen. Die maatregel kan een beschikking zijn.

Remitteren

Kwijtschelden

Rente

Jaarlijkse rente, gewoonlijk aflosbaar tegen den penning 16 of 20. Om de kapitale penningen te vinden moet men de rente vermenigvuldigen respectievelijk met 16 of met 20, bv. 50 gulden sjaars is: 50 x 16 = 800 gulden kapitaal, 50 x 20 = 1000 gulden kapitaal.

Repertoire

Register of chronologische lijst van alle akten die een notaris heeft opgemaakt. Het repertoire vormt vaak een toegang op de akten; met behulp van de nummers in het repertoire kan men in de serie akten zoeken.

Repertorium

Zie Repertoire

Requireren

Verzoeken

Remplaçant

Plaatsvervanger

Retroacta

Het tot een dossier, collectie gebrachte originele beschei-den of afschriften die dateren van voor de aanvang van de zaak.

Richten

In bezit stellen

Ridder

Is een te paard strijdend krijgsman, hetzij van adel, hetzij afkomstig uit de stand der onvrijen die belangrijke functies hadden bekleed, de zogenaamde ministerialen. Zij werden van jongs af aan geoefend in het paardrijden en het vechten, eenmaal meederjarig geworden werden zij ridder geslagen. Zij genoten speciale voorrechten. Indien zij berecht moesten worden, geschiedde dat door een rechtbank, samengesteld uit huns gelijken. Zij waren, als vergoeding voor hun militaire diensten die zij voor hun vorst verrichtten, vrijgesteld van het betalen van belastingen. De bijzondere ethiek van het ridderschap ontstond onder invloed van de kruistochten en hield onder meer in: de wereld zuiveren van onrecht en zorgen voor rust en vrede in kerk en koningkrijk. In de cultuur van het ridderschap nam de vrouwenverering een belangrijke plaats in, verder behoorde tot hun plichten onder meer bescherming van weduwen, wezen en armen, trouw aan de leenheer, een christelijke levenswandel. Sinds de twaalfde eeuw vormen zij een gesloten stand, de kern van een leger. Ridder is de laagst adelijke, erfelijke titel onder meer in Duitsland, Oostenrijk, Engeland en Nederland. De engelse titel 'knight' is persoonlijk en niet erfelijk.

Ridderorde

1.
Een adelijke broederschap met een mensenlievend en geestelijk doel, in de middeleeuwen gesticht. De bekenste zijn de Tempeliers (1128-1312), de Johannieter- of Maltezerorde (1130), de Duitse Orde (1198), de Balye van Utrecht, de Orde van de Kouseband (1348), de Orde van het Gulden Vlies, in 1429 te Brugge gesticht.
2.
Een onderscheiding voor bepaalde belangrijke diensten, bij de wet of door het staatshoofd persoonlijk ingesteld. In Nederland kent men de Militaire Willemsorde (1815), de orde van de Nederlandse Leeuw (1815), de orde van Oranje-Nassau (1892) en de door Koningin Wilhelmina ingestelde huisorde van Oranje (1905). In België de Leopoldsorde (1832), de orde van de Afrikaanse Ster (1888) en de koninklijke orde van de Leeuw, welke beide speciaal werden ingesteld om diensten in Belgisch-Kongo te belonen. Verder de Kroonorde (1897) en de Orde van Lepold II (1900). In de Rooms-Katholieke kerk zijn ook pauselijke ridderorden bekend, waarvan de Gregorius-orde (1831) en de Silvesterorde (1841) het meest bekend zijn.

Ridderschap

Publiekrechtelijk stand der edelen in de standenstaat. In de Republiek der Verenigde Nederlanden vormde de ridderschap een der leden van de Statenvergaderingen. Het ridderschap werd in 1795, tijdens de Bataafse Republiek, opgeheven en in 1814 hersteld met het recht een deel van de Provinciale Staten te kiezen. Bij de grondwet van 1848 werd het ridderschap definitief opgeheven.

Riemtalen

Oorspronkelijk het aantal riemen van een kog (scheeps-type) dat een ambacht moest leveren wanneer de heer het ter heervaart riep. De ambachten hadden de verplichting om voor de heer te vechten indien hij dat eiste. Rijke am-bachten moesten een of meerdere koggen bij-dragen. Armere ambachten een deel van een kog, uitgedrukt in het aantal riemen van het schip. Later werd de naam riemtalen gebruikt voor de belasting die de am-bachten aan de heer moesten betalen zodat hij huurlingen kon huren. Dit kwam in de plaats van de heervaart. Deze ver-andering trad op rond 1400.

Richter

Schout

Rijnlandse roede

Een roede is een meetstok die gebruikt werd bij het opmeten van land. Een Rijnlandse roede is 3,77 m.

Ruwaard

Waarnemend graaf (bijv. als de graaf krankzinnig was geworden).

Een ruwaard was een vertegenwoordiger van de landsheer, hij was degene die in naam van de landsheer een land of een gewest bestuurde

 

 

S

 

Saet (m)

Zaad, nakroost, ook van één nakomeling.

Saet (m)

Woning, verblijfplaats, kasteel, bezitting.

Sale (m)

Herenhuis, huis van de heer, waarschijnlijk ook vergader-zaal van de schepenen, woning der aanzienlijken.

Samenlovenisse (m)

Trouwbelofte, verloving.

Scaren

Oogst

Scheiding van tafel en bed

Het huwelijk is niet ontbonden, maar de echtgenoten behoeven niet meer samen te wonen.

Scheiding van goederen

Het huwelijk is niet ontbonden, het samenwonen blijft be-staan; enkel de vermogensrechterlijke betrekkingen tus-sen de echtgenoten of huwelijksgemeenschap zijn ontbon-den

Schelling

Betaalmiddel: 1 schelling = 12 denier (ca 11e eeuw).

Schepen

Ontstaan uit het Middeleeuwse Nederlandse woord scep-pen. Een lid (ambtenaar) van een college oordeelvoorstel-lers, oordeelvinders wat tot hun taak diende op rechtzit-tingen van het volksgerecht (ding). Dit oordeelvoorstel werd bevestigd door verplicht de aanwezige volksgenoten. Later verviel de verplichte bijwoning (dingplicht) door de volksgenoten bij een rechtzitting en stelde het college van schepenen dit vast. In Nederland van de middeleeuwen tot circa 1795.

 

De schepenen waren sinds de Karolingische tijd (rond 500) leden van de rechtbank die het vonnis bepalen, de zo genaamde oordeelvinders. In de steden hadden ze naast de functie in de 'schepenbank' ook een aandeel in het stadsbestuur.


In België zijn de leden van het college van burgermeester en schepenen, dat het dagelijks bestuur van een gemeente vormt, men heeft schepenen voor onderwijs en openbare werken enz.

Schepenbank

Plaatselijke rechtbank vóór 1811. De leden heten schepen (meervoud: schepenen).

Schepenbank

Het college van schepenen. In de 12e eeuw ontstonden schepenbanken voor vorsten, abdijen, heren en gemeenten. Zij konden in bezit zijn van de rechtspraak en vonnisten in criminele- en civiele zaken, die niet voorbehouden waren aan de vorst. Ook konden zij oor-delen in de vrijwillige rechtspraak, waar allerhande over-eenkomsten en verbintenissen voor het werden gesloten en geregistreerd.

Schepenrecht

Zie Aasdomsrecht

Scherpe examinatie (m)

Verhoor op de pijnbank.

Schilden

Zie schildtalen

Schildtalen

Belastingsoort die de riemtalen verving. De schildtalen verminderden de betekenis van de riemtalen en daarmee de belastingvrijstelling van hen die vrij waren van de riemtalen. Schilden waren munten met een waarde van 20 stuivers. Ze waren de voorloper van de gulden. Een andere benaming was klinkaart. De graven van Holland sloegen ze sinds 1356. De oorsprong ligt in Frankrijk waar sinds 1328 gouden munten (écu's) werden gebruikt met daarop een beeltenis van de koning met een schild in zijn hand. Deze werden ook in Holland gebruikt tot men ze zelf ging slaan.

Schoofcijns

Recht der heren om een zekere hoeveelheid schoven van de hun cijnsbare akkers te heffen.

Schoofland

Tiendland waarvan de zesde schoof nog boven de tiende wordt betaald (Nederland).

Schotkerver

Belastinginner. De betaling der belasting (schot) werd op een kerfstok d.m.v. een inkeping aangegeven.

Schout

Hoofd van een ambacht (bestuursgebied vergelijkbaar met een gemeente). De schout van Zegwaart, Jan Ghijsbrechtszoon van Duivenvoorde betaalde in 1579 jaarlijks pacht voor het schoutambt aan de ambachtsheer: 120 Karolusgulden, een half vat boter en 100 ton turf. Inkomsten kreeg de schout o.a. uit opgelegde boetes. "Kleine boeten", opgelegd door hemzelf, waren geheel voor hem. "Grote boeten, opgelegd door de baljuw van Rijnland nadat de schout bij hem van een vergrijp aangifte had gedaan waren voor eenderde voor hem.

Schout

Een gerechtelijk ambtenaar in dienst van een vorst, een heer of abdij van in de middeleeuwen tot circa 1795.
Hij was de voorzitter van de plaatselijke schepenbank (ambacht, stad of dorp) en maande de schepenen om recht te spreken. Na de uitspraak zorgde hij voor de tenuitvoer-legging van het vonnis. Daarenboven waren hem admini-stratieve, politiële en financiële taken opgedragen, zoals toezicht op het onderhoud van wegen, waterlopen en dijken, handhaving van de orde, aanhouding van misda-digers, controle op drankhuizen, lichting van weerbare mannen, publicatie van plakkaten en ordonnanties. Schouten kwamen veel voor in Brabant, Holland, Zeeland, Utrecht en ook in Drenthe. Een aantal van deze schouten, erfschouten of ambachtsheren genoemd, had het ambt in leen gekregen van de vorsten.


In de Republiek der Verenigde Nederlanden (van ca 1600-1795) bleef de schout bestaan als ambtenaar van de gewes-telijke staten en van de steden.

Schout-bij-nacht

Is bij de Nederlandse marine de laagste vlagofficiersrang, gelijk aan generaal-majoor bij het leger. Zijn oorspronke-lijke taak was als opperbevelhebber 's nachts in de achter-hoede toezich te houden op de vloot, opdat de schepen bij-een bleven.

Schoutambacht

Zie "ambacht"

Schoutencnape (m)

Zie Schoutetendiener

Schouteteboete (m)

Boete aan de schout te voldoen.

Schoutetebrief (m)

Akte van een voor de schout geschiede rechtshandeling.

Schoutetecnecht (m)

Zie Schoutetendiener

Schoutetendiener (m)

Gerechtsdienaar. Ook: Schoutencnape, Schoutetecnecht.

Schoutetinne (m)

 Schoutin, vrouw van een schout. Ook: Schoutinne.

Schoutinne (m)

Zie Schoutetinne

Secluderen

Afzonderen, uitsluiten

Secreet

Drekvat of poepdoos

Sententie

Vonnis, gerechtelijke uitspraak.

Servituut

Erfdienstbaarheid, last waarmee een erf is bezwaard ten dienste van een ander erf; servituut op een doorgang.

Sibbe (m), zibbe, zebbe (m)

de familie, verwanten of familieleden, als verzamelwoord :

"sibbe ende namaeghe", geslacht, afkomst,

"van zynre sibbe ben ic comen", familiebetrekking,

"eene sibbe tellen" = een stamboom opmaken, de graad van verwantschap berekenen.

Sibbecheit (m), sibbeheit, sibbinge (m)

Bloedverwantschap, verwantschap, overeenkomst in aard, verschijnselen, enz...

Sibbedag

(Jaarlijkse) bijeenkomst van familieleden en naamge-noten.

Sibbedeel (m)

Verwantschapsgraad

Sibbekunde

Familiekunde, genealogie.

Sibbemaech (m)

Bloedverwant. Ook: Sibbevrient.

Sibber (m)

Nader familie.

Sibbesten (m)

De naaste familieleden.

Sibbetafel

Parenteel, waar ook de afstammelingen in de vrouwelijke lijn zijn opgenomen en die dus alle nakomelingen van de stamvader omvat.

Sibbetale (m), sibtale (m), sibtael (m)

Graad van bloedverwantschap. Ook: Zibbetale.

Sibbevrient (m)

Zie Sibbemaech

Sideval (m), zideval (m)

Zijlinie, het komen van een erfgoed aan een zijlinie.

Silhouettenkunst

Genaamd naar de naam van de uitvinder; vele families bewaren nog zulke portretten, zelfs van zeer recente datum, deze laatste zijn evenwel te beschouwen als knip-kunst met de schaar, het duitse Schereschnitt. Schaduw-omtrek, schaduwbeeld, silhouet, silhouette.

Sincklyck

Een lijk dat bijgezet moet worden, bv. in de kerk.

Signalement

Persoonsbeschrijving

Sinxen

Pinsteren

Slachtmaand

november

Slagturven

Ook wel veenbaggeren. Eerst stak men turf tot men op het grondwaterpeil kwam. Wat over bleef was moerassig land, maar geen plas. Later kwam men door bemaling nog wat dieper, maar nog niet onder het verlaagde grondwaterpeil. Slagturven was een nieuwere techniek waarbij men de restlaag turf onder het grondwaterpeil kon verwijderen tot op de kleilaag. Daarbij ontstonden veenplassen.

Slapende tiend

Wanneer een stuk tiendplichtig bouwland niet met tien-plichtig gewas werd bebouwd of braak lag, dan kon het tiendrecht niet worden uitgeoefend, het sliep dan.

Smalle tiend

Hovernierstiend. Ook: Kleine tiend.

Speelkinderen

Kinderen van een ongehuwd paar.

Spillemaag

Verwant in vrouwelijke linie. Spille en spinrok zijn sym-bolen van de vrouw.

Splete (m)

Deel van een leen d.i. uit een leen gespleten.

Sprokkelmaand

Februari

Stadskind

Persoon aan wie het beheer van zijn goederen gerechtelijk ontnomen is.

Statsvriheit (m)

Stadsvrijheid: het grondgebied, van een stad buiten de poorten, waar de stadsvoorrechten en vrijheden gelden.

Stadhouder

Toen de koning van Spanje heerser was als graaf van Holland, hertog van Gelre (Gelderland) etc. benoemde hij een stadhouder als zaakwaarnemer en dienaar om zijn zaken te behartigen. Ten tijde van de republiek, na de Tachtigjarige Oorlog benoemden de Staten van Holland en de Staten van Gelre etc. stadhouders.

 

Een stadhouder is oorspronkelijk een plaatsvervanger van de vorst in een bepaald gewest met de bevoegdheden van die vorst.
In Nederland krijgt de titel in 1674 een erfelijke (monarchale) positie, tijdens het stahouderschap van Prins Willem III werd het stadhouderschap erfelijk in de mannelijke linie, sinds 1747 in beide linies.
In 1795 worden de Ridderschappen en daarmee tevens de adel als geheel werden afgeschaft, ook het stadhouderschap wordt afgeschaft. De Bataafse Revolutie stond in het teken van Vooruitgang, Verlichting en de Opmars der Burgerij, en er was geen plaats voor maatschappelijke restanten uit de Middeleeuwen. De nieuwe grondwet van 1814 voorzag in een Soeverein, in herstel van de adel, en in de heroprichting der Ridderschappen. Die zouden tezamen met de steden en de "landelijke stand" de Provinciale Staten kiezen en daarmee indirect ook leden van de Tweede Kamer.

Stadhouderloze tijdperken

Dat waren perioden in de geschiedenis van de Republiek der Verenigde Nederlanden waarin de meeste gewesten geen stadhouder aanstelden. Er waren twee periodes, van 1650-1672 en van 1702-1747.

Stamboom

Een voorstelling van genealogische gegevens in de vorm van een boom. Ontstaan uit de verwantschapsboom van het Romeinse recht die de voorvaderen in de kruin en de nakomelingen in de wortels afbeelde. Sinds de 12e eeuw komt hij in omgekeerde volgorde voor zodat de nakome-lingen de takken en twijgen vormen.

Stamhouder

De zoon die het geslacht voor uitsterven (kan) behoeden.

Stamhuis

Adelijk huis waaruit een vorstengeslacht stamt.

Stammoeder

Voormoeder waarvan verschillende geslachten afstam-men. Bijvoorbeeld Juliana van Stolberg, waar bijna alle Europese vorstenhuizen aan verwant zijn.

Stamouders

Oudst bekende voorouders van een geslacht.

Stamreeks

Een zeer beperkt uittreksel van een genealogie of kwar-tierstaat. Een in generaties gerangschikte opgave van iemands wettige voorouders in rechte mannelijke lijn. De num-mering begint bij de stamvader.

Stamvader

Oudst bekende mannelijke voorvader in rechte lijn. Meestal gaf hij zijn naam aan het geslacht

St. Catharina-avond

24 november

Stockgoet (m)

Familiegoed, stamgoed.

Styfvader

Stiefvader, man met wie iemands moeder hertrouwd is.

Successiememories

Registers van aangifte voor de successiebelasting, en bijge-houden door de Inspecteurs der Registratie en Successie. De aangifte werd gedaan middels een memorie, waarin vermeld: de overledene, waar en wanneer overleden, welke onroerende goederen nagelaten, de erfgenamen, waar een testament gemaakt. Te vinden in het Rijksar-chief van de jaren 1818-1900

Successierecht

Belasting die door de erfgenamen over een nalatenschap moet worden betaald.

Suplicie

Aanvulling

Surgyn (m)

Zie Chirurgyn

 

 

T

 

Tafels V-bis

Lijsten, per belastingkantoor, waarin per jaar de overle-denen alfabetisch zijn opgesomd, met verwijzing naar de memorie.

Tauxatie

Aanslag (belasting) taxatie.

Testament

Akte waarin iemand bepaald wat er na zijn dood moet gebeuren. Meestal is de minuut aanwezig in het archief van de notaris.

Testamentregistratie

Een centrale testamentregistratie ingesteld in 1918. Het is een kaartsysteem met namen van personen die na 1890 een testament hebben laten opmaken. Op volgorde van jaar en daarin alfabetisch op naam. Het wordt beheerd door een afdeling van het Min van Justitie. Een deel van dit kaartsysteem met de gegevens van personen geboren tussen 1793 en 1954 en overleden voor 1973 bevind zich in het rijksarchief.

Tiend

Gedeelte van de opbrengst van de oogst dat aan de kerk of de heer moest afgedragen worden, het bedroeg gewoonlijk een tiende.

Tiendgebiet

Gebied waarvan de tiend aan een zelfde tiendheer moet betaald worden.

Tiendrecht

Het recht tiende te heffen.

Tienjarige tafels

Lijsten waarin per tien jaar in alfabetische volgorde de namen zijn vermeld van iedereen die in de periode in die gemeente is geboren, gehuwd en overleden.

Tocht

Vruchtgebruik

Toegang

Lijst waarin de memories van successie en de tafels V-bis systematisch zijn opgesomd.

Toenaam

Hieronder wordt verstaan een nadere aanduiding van een persoon bij diens voornaam.
Dit gebruikte men van:
- het beroep: [Schipper, Bakker, De Slager]
- de eigenschap van de persoon: [De Goede, De Wilde]
- het onderscheid met een gelijknamig persoon: [Eenoog,        De Oude, De Jongste]
- de plaats of streek van herkomst: [Van Buren, Van Keulen, Van Hulshorst]
- de naam van de boerderij of landgoed: [Haverkamp, Van Munnikhof, Van Nijeveld]
- een huis of herberg: [Gouweleeuw, Van der Molen, Vermeulen]
- een veldnaam: [Van den Berg, Van der Kamp, Van der Made]
In gebruik vanaf de 12e eeuw ter onderscheiding van personen. De toenaam had een persoonlijk karakter, wat wil zeggen dat de broers, vader en zijn kinderen met geen of een andere toenaam voorkomen
.

Toeziend voogd

Een voogd die wordt aangesteld als een van de twee (wettelijke) ouders ontbreekt.

Transport

Zie Overdracht

Transportakte

Akte van overdracht van eigendom.

Trouwregister

Register waarin geschreven de namen van de genen die men trouwt. De oudste trouwregisters dateren uit de zes-tiende eeuw. Deze registers zijn van de Rooms-Katholieke kerk waarin de huwelijken werden gesloten volgens de door het conclie van Trente vastgestelde regels. Vanaf 1574 gingen de Gerefomeerden ook over tot het gebruik van een trouw- of huwelijksregister

Turbe (m)

Onderzoek naar het gewoonterecht, waarbij het getuigenis van een aantal personen te gelijk werd verhoord, later werd het aantal getuigen beperkt tot een paar terzake bevoegde personen.

 

 

U

 

Utebliven (m)

Niet mededelen aan een erfenis.

Uterinebroeder, -zuster

Halfbroeder, halfzuster, kinderen van dezelfde moeder maar niet van dezelfde vader.

Uutbodinge (m)

Oproep, openlijke bekendmaking dat men tot gerechte-lijke verkoop zal overgaan.

Uutgeborenen (m)

Buiten (een stad, een land) geboren.

Uutgoedinge (m)

Als uitkering der erfenis aan het kind bij het leven der ouders.

Uutvronen (m)

De vrije eigendom door vonnis ontzeggen.

Uytboedelen (m)

Uitkering doen uit de boedel aan een kind, b.v. aan een dochter die gaat trouwen.

Uytcoop (m)

Uitkoop, het behouden van een boedel, door deelgenoten uit te kopen, bv. een vader koopt van zijn kinderen het aan hen toekomende deel uit de nalatenschap van de over-leden moeder.

 

 

V

 

Vast ende stade

Blijvend, definitief rechtsgeldig, onaanvechtbaar.

Vazal

Vazal ook wel Leenheer genoemd. Iemand die zich in de Middeleeuwen onder de bescherming van een machtig heer (meestal Koning of Keizer) gesteld had aan wie hij als tegenprestatie diensten bewees.

Vendel

1 vendel is 175 man troepen (in gebruik rond 1573).

Verhef van een leen

Een recht dat de leenman betaalde aan zijn leenheer bij sommige mutaties, bv. bij overdracht van eigendom; relief

Verlijden

Het laten passeren van een akte door partijen

Vermene

Van oordeel zijn.

Verpachten

In huur geven

Verweerder

Gedaagde (in proces)

Verwerdersse (m)

Zie Verweerster

Verweerster (m)

Beklaagde of gedaagde (vrouw) in rechte.

Verwerver (m)

Verweerder; gedaagde; hij, tegenover wie een rechterlijke eis wordt ingesteld.

Vierschaar

Rechtszitting. Vierschaar komt van schaar = bank. Vierschaar refereert aan de vier banken van de vier rechters

Villegave, villegift (m)

Zie Pillegave

Vinder van de lenen

Lid van een leenhof belast met het opsporen van overtre-dingen van het leenrecht.

Visitaties

Lijkschouwingen

VOC

De Verenigde Oostindische Compagnie werd opgericht in 1602 met het doel schepen naar Azië te sturen om peper en specerijen te kopen. Er werden zes kamers (vestigin-gen) opgericht in Amsterdam, Zeeland, Rotterdam, Delft, Hoorn en Enkhuizen met ieder een eigen college van directeuren, die bewindhebbers werden genoemd. Het hoofdbestuur bestond uit directieleden van de zes kamers, 'de Heren Zeventien'. De VOC groeide uit tot een multi-national met vestigingen in een tiental Aziatische landen. Halverwege de 18de eeuw had de compagnie 25.000 man in dienst waarvan ca. 3000 in Nederland. De compagnie bouwde haar eigen schepen, zo'n 1500 in totaal, die samen goed waren voor ca. 5000 afvaarten naar Azië. Daar werd een netwerk van handelsnederzettingen (factorijen) opge-richt, van de Perzische Golf tot de Chinese Zee. De VOC ging ten onder aan slecht bestuur, corruptie en schulden en werd officieel opgeheven op 31 december 1799.

Voercommer

Verplichting

Voet

Lengtemaat. 1 voet is 31,3 cm.

Voet, Amsterdamse -

Lengtemaat.  0,283 meter

Volcheet (m)

Volgeed, de eed der eedhelpers of eedvolgers, waardoor de waarheid van de eed van de hoofdpersoon bevestigd wordt.

Volge eet (m)

Zie Volcheet

Volkstellingregisters

Bevatten bevolkingsgegevens van een gemeente. De volk-stelling uit de Franse tijd van 1795-1796 bevat alleen cijfers. De volkstelling van 1807-1808 bevat onder meer de naam van het gezinshoofd, zijn beroep, huispersoneel, of hij gehuwd was, het aantal inwonende kinderen, het bezit aan onroerend goed. Verder waren er volkstellingen in 1829, 1839, 1849. De volkstellingsregisters zijn te vinden bij de gemeente.

Voluntaire jurisdictie

Vrijwillige rechtspraak. Voor 1811 veelal afgedaan door het gerecht. Na 1811 door notarissen. Vrijwillige recht-spraak omvat onder meer, overdrachten (transporten) van onroerend goed, hypotheken, andere schuldbeken-tenissen, huwelijkse voorwaarden, testamenten, boedel-inventarissen, boedelscheidingen.

Voogd

Iemand die is aangesteld om de ouderlijke macht uit te oefenen. Meestal is daarvoor een beschikking van een kantonrechter nodig.

Voogdijbeschikking

Beslissing van een rechter waarin maatregelen worden genomen over een voogdij.

Voogdijregister

Een lijst waarin bijgehouden wordt welke beschikkingen zijn genomen over voogdij.

Voogdijraad

Zie Raad voor de Kinderbescherming

Voogdijregisterkaarten

Een voogdijregister in de vorm van een losse kaart per kind.

Voogdijzaken

Alle stukken in het archief van een rechtbank die over voogdij gaan.

Vorebedde (m)

Kinderen uit "den voorbedde" zijn kinderen verwerkt tijdens een vorig huwelijk.

Voreman (m)

= voorman (Mnl) : vroegere of vorige echtgenoot.

Vrijgoed

Is volle uitsluitende eigendom van bezitter, zonder enige leenplicht.

Vrijheer

Baron, baronet (zoon van een baron).

Vrijvrouw

Barones, dochter van een baron.

Voster

Deurwaarder

Vrederechter

Voorganger van de kantonrechter in de periode 1811-1838.

Vrijheidsstraf

Gevangenisstraf

Vronen (m)

In beslag nemen, iemand in arrest nemen, executeren, uitwinnen, de vrije eigendom bij rechterlijke uitspraak toewijzen.

Vroonde (m)

Zie Vroonte

Vroonleen of Vroongoed.

 

Vroonte (m)

Herenland, domeingoed, onverdeelde gemeentegrond. Ook: Vruente, Vroonde.

Vrouwemenschen (m)

Vrouwmens, vrouwspersoon, mens, meisje.

Vrouweconne (m)

Zie Vrouwecunne

Vrouwencunne (m)

Vrouwelijk geslacht, verwanten der gehuwde vrouw. Ook: Vrouwenconne.

Vruchtgebruik.

Lijftocht, in het oude erfrecht is voorzien dat de weduw-naar of de weduwe het vruchtgebruik houdt van de een-maal gemeenzaam bezeten huwelijksgoederen.

Vruente (m)

Zie Vroonte

 

 

W

 

Waerder (m)

Bewaarder, bewaker, wachter; steenwaarder van gevan-genis.

Waerheitslieden (m)

De mannen aan wie het instellen van een enquête of ge-rechtelijk.

Waerscap

Vrijwaring

Wandelcoop (m)

Een heerlijk recht, te betalen wanneer een eigendom bij contract op een ander overgaat.

Wedeme (m)

Is een aan de kerk geschonken goed of heem, een donatie aan klooster of kerk. Zou de oude naam van pastorie zijn. hetgeen de bruidegom bij het huwelijk aan de bruid in eigendom geeft, bruidschat. Ook: Wehme, Weem, Wedem, Wedom, Weeme.

Wedemebrief (m)

Brief of akte waarin aan een vrouw een bruidschat wordt toegekend.

Wederstoc (m)

De tweede van een paar overeenkomstige kerfstokken.

Weduwestoel (m)

Bezit waarop de inkomsten van een weduwe stoelen, ge-grondvest zijn.

Weerbare mannen

Mannen die geschikt waren om krijgsdienst te doen.

Weergelt (m)

Geld als zoengeld betaald tot boete voor een manslag aan de magen van een verslagene.

Weescamere (m)

Weesmeesterskamer waar ale stukken en bescheiden be-treffende de weeskinderen bewaard worden, en waar de weesmeesters vergaderen, zij vormen een college van ge-delegeerden of gemachtigde rechters, die in de plaats van de gewone rechter, kennis nemen van de zaken betreffen-de de wezen.

Weeshuis

Instituut waar kinderen worden ondergebracht van wie de ouders zijn overleden.

Weeskamer

Overheidsinstelling voor 1811 (soms 1852) die de vermo-gens van minderjarige wezen beheerde, meestal in een stad.

Weldogend maken

Deugdelijk houden

Werdinge (m)

= waerdinge (Mnl) : waardering, waarde schatten.

Werpenisse (m)

Het wegwerpen van een halm ten teken dat men afstand doet van iets, bv. bij verkoop van gronden.

Werpinge (m)

Zie Werpenisse

WIC

West Indische Compagnie. Een in 1621 door de Staten-Generaal opgerichte handelsonderneming. De WIC kreeg het monopolie op de westkust van Afrika en Amerika. Uiteindelijk werd het een kaapvaartondeneming. Slaven werden na het veroveren van de kust van Guinea in Zuid Amerika verkocht. Na het verlies van verschillende kolonies werd deze compagnie ontbonden en een tweede opgericht met uitsluitend handelsbedoelingen. Na het verlies op de monopolie van de slavenhandel in de Spaanse kolonien werden haar bezittingen en schulden door de Staten-Generaal overgenomen en de compagnie in 1793 opgeheven.

Wiedemaand

Juni

Wijnmaand

Oktober

Willich pant (m)

Pand door de schuldenaar vrijwillig aan de schuldeiser gegeven.

Wintermaand

December

Woekenaer (m)

Zie Woekerare

Woekerare (m)

Hij die geld uitleent tegen rente of enig voordeel (wat in de middeleeuwen door de kerk als niet geoorloofd werd be-schouwd). Ook: Woekenaer

Woekergelt (m)

Bij een wisselaar geleend geld, waarvoor rente moet worden betaald.

Wondebrief (m)

Papier met een bezweringsformule om ziekten te genezen.

Wyfsgeboort (m)

Vrouwelijke nakomeling.

Wyfwaerheit (m)

Woord van eer, door een vrouw verpand.

Wynambacht (m)

Het gilde der wijnkopers.

Wyncoop en waerbier (m)

Lycoop (m): gegeven bij een gerechtelijke eigendoms overdracht, een dronk wijn en bier.

Wysdom (m)

Uitspraak, vonnis, gewijsde

Wysmoeder (m)

Vroedvrouw

Wysvrouwe (m)

Zie Wysmoeder

 

 

Z

 

Zaailand

Zaailand

Zegel

Hiermee werd de echtheid van een oorkonde te gewaar-borgd. Een klompje lak of was, aan de oorkonde bevestigd met een strookje parkament of een strengetje zijde waarin een stempel werd afgedrukt. De was waarin de stempels gedrukt werden bestond meestal voor 2/3 uit bijenwas en 1/3 bindmiddel. In de middeleeuwen werden overeenkom-sten vast gelegd in een oorkonde, op perkament geschre-ven en bekrachtigd door een of meer zegelafdrukken in was of lak. De zegels waren voorzien van een randschrift waarin de naam van de zegelaar in voorkomt, in het mid-den een voorstelling van een dier, een bloem, een mens en vanaf de eerste helft van de 12e eeuw werd een familie-wapen algemeen. Het zegel vervulde de rol van de tegen-woordige handtekening, in een tijd toen slechts weinigen konden lezen en schrijven.

Zegelring

Ring - meestal van goud - met een ingelegde steen van cor-nalijn (bruin-rood), grijze onyx, jaspis (groen-rood), lapis lazuli (blauw) of sardonix (wit-zwart). Meestal be-staat de steen uit twee lagen, zodat de gravure donkerder toont dan de deksteen. Zij worden gedragen aan de ring-vinger of de pink van de linkehand. Aangezien men veronder-steld dat er werkelijk mee wordt gezegeld, dient de onder-kant van het wapen naar de vingernagel gericht te zijn.

Zetschipper

Een schipper die vaart voor rekening van de eigenaar van het schip.

Zibbetale (m)

Zie Sibbetale

Zijmagen

Zie Collateralen

Zondagskind

Kind dat op zondag geboren is en volgens het bijgeloof geesten kon zien, gelukskind.

Zoogbroeder

Die met anderen door dezelfde vrouw gezoogd werd.

Zoogkind

Een kind dat zuigt.

Zoogster

Zoogvrouw, vrouw die iemands kind met hare melk voedt, min of minne.

Zweervader

Schoonvader, behuwd vader.